Straatkind Een straatkind is een kind dat niet bij zijn of haar ouders thuis woont, maar op straat leeft. Over het algemeen gaan straatkinderen niet naar school. Om te kunnen leven verkopen straatkinderen lootjes, ze wassen auto's, of ze plegen kleine diefstallen om aan geld en voedsel te komen.
Naar schatting leven tussen 100 miljoen en 200 miljoen kinderen op straat. De verwachting is dat dit aantal tot 2030 zal toenemen tot 800 miljoen. Er zijn veel oorzaken aan te wijzen waardoor kinderen uiteindelijk in de problemen komen:
UNICEF definieert straatkinderen in twee categorieën:
Kinderen die een of andere economische activiteit op straat uitvoeren, zoals bedelen of verkopen. Zij gaan aan het eind van de dag naar huis om hun verdienste aan hun familie af te dragen. Omdat deze families vaak instabiel zijn kiezen kinderen soms voor een permanent leven op straat.
Kinderen die buiten een familiekring op straat leven. Familiebanden bestaan wellicht wel, maar zijn los en worden weinig onderhouden.
Meer uitleg over straatkinderen, klik op STRAATKINDEREN.
Risico op armoede of sociale uitsluiting in België. Klik hier.
Leven in de sloppenwijken van Haït
De meest gekende sloppenwijk van Port-au-Prine is Cité Soleil. In Cité Soleil is het meest schrijnend van al. De sloppenwijken en vooral Cité Soleil zijn moeilijk te beschrijven, je ziet er alleen maar ellende, onbeschrijfelijke ellende. De mensen leven er in de meest ontberende omstandigheden in hun "huisje" die naam onwaardig, zonder stromend water en sanitair, ook elektriciteit is nauwelijks aanwezig. Zij die een aansluiting hebben wachten tot de maatschappij wat stroom over heeft voor hen. Water moet gehaald worden, men ziet altijd vrouwen en kinderen met water sjouwen en dit van 5 uur in de morgen tot … Ze leven op de vuilnisbelt met brede open stinkende riolen met overal rommel en afval. Hun "huisje" is opgetrokken uit platen, hout en karton, 3 op 3 meter net groot genoeg voor een bed en wat huisraad.
De huizen in de sloppenwijk zijn bepaald niet waterproef, het regent er binnen. Moeders hollen dan in paniek naar huis om plastiek over het bed te leggen om het een beetje droog te houden en als de regen ophoud kan men beginnen opkuisen. 's Nachts ligt het nog moeilijker, met z'en allen in het kleine "huisje" slapen in de drop. Als men in het armste deel van de wijk woont ligt er geen beton als vloer maar aangestampte aarde die dan omgetoverd word in een moddervloertje. De omgeving is geen aangename buurt om in te wonen. Modderige gangen vol vliegen, riolen vol viezigheid die gebruikt worden als openbaar toilet. Ze leven er als haringen in een ton, een menigte die niemand kan tellen, hun aantal valt niet te schatten. Een paar honderdduizend min of meer, eerder meer !
Banditisme is niet ver weg, er zijn bendes die de wijken doortrekken met veel lawaai, geschreeuw, getrommel en geweren. Wanneer verschillende bendes elkaar tegenkomen breekt de hel los. Men schiet regelmatig in de lucht en uiteindelijk op elkaar waarbij brave burgers en kinderen kunnen getroffen worden door verdwaalde kogels. Voor de Haïtianen is missérie dagelijkse kost en dat maakt hen onverschillig. Uit gewoonte en omdat ze niet anders kunnen, aanvaarden ze honger en ellende. Voor vele gezinnen is het doodnormaal om amper één maaltijd per dag te nuttigen. Als het tegenzit, kan men al eens een dagje op dieet moeten. Honger, dat word je nooit gewoon! Men verzoent zich ermee een sloppenwijkbewoner te zijn. Vader is werkloos en moeder heeft een ti comece ( een klein handeltje ). Zo trachten zij de kost te verdienen voor hun kinderen en zichzelf. Er zijn sloppenwijken in heel de wereld en in grote steden van Zuid -Amerika.
In Peru heet een sloppenwijk barriada, In Venezuele spreekt men van een rancho, in Brazilië van een favela, in Bolivië van een tugurio, in Chili van een callampa en in Jamaica van een shantie.
Meer uitleg over sloppenwijken, klik op SLOPPENWIJK
Kinderarbeid Van kinderarbeid is sprake als kinderen een belangrijk deel van de dag (of nacht) betaald werk verrichten. In de meeste landen wordt dit als in strijd met de mensenrechten beschouwd, en gelden strenge regels met betrekking tot de minimumleeftijd van werkenden, en het maximum aantal werkuren voor kinderen.
Kinderarbeid was ten tijde van de industriële revolutie zeer gebruikelijk. In veel landen maakte de leerplicht een eind aan kinderarbeid. Kinderarbeid komt echter nog veel voor in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Kinderen worden niet alleen in de landbouw in familiebedrijven ingezet, maar ook als goedkope arbeidskrachten in fabrieken en weverijen. Het verschil tussen kinderarbeid en kindslavernij is niet altijd duidelijk. Regelmatig komen bedrijven in opspraak die zaken doen met landen waar kinderarbeid voorkomt, als blijkt dat zij niet voldoende doen om te voorkomen dat bij het productieproces kinderen zijn ingeschakeld. In toenemende mate eisen bedrijven van hun leveranciers een verklaring dat aan de productie geen kinderarbeid te pas is gekomen.
Scharreleconomie of Informele sector Deel van de beroepen die niet officieel staan geregistreerd. Mensen die hierin werken staan niet als werkende bekend, betalen geen belasting en dragen zo niet bij tot het Bruto Nationaal Product. Voorbeelden: sigaretten- en krantenverkopers, schoenenpoetsers, enz. Andere benamingen: scharreleconomie en vluchtsector. Tegenovergestelde van formele economie.
Bestudeer eerst bovenstaande cursus. Vul de gaten in. Druk dan op de toets "Controleer" om je antwoorden te controleren. Gebruik wanneer aanwezig, de "Hints"-knop om een extra letter te krijgen, wanneer je het lastig vindt om een antwoord te geven. Je kan ook op de "[?]"-knop drukken om een aanwijzing te krijgen. Let wel: je verliest punten, wanneer je hints of aanwijzingen vraagt!
MEN KAN DE OEFENING OOK OPNIEUW MAKEN, DOOR MET DE RECHTERMUISTOETS OP HET SCHERM TE KLIKKEN EN DAN IN HET GEOPENDE VENSTER, ALS HET WOORD BESTAAT,TE KLIKKEN OP "VERNIEUWEN"