De mens in het industrieel milieu en de elementen van het industrieel landschap

Kruiswoordraadsel

Ferrometaal

Tot de ferrometalen behoren de metalen ijzer, kobalt en nikkel. Op grond van zijn magnetische eigenschappen wordt gadolinium soms ook tot de ferrometalen gerekend. Alle overige metalen worden tot de non-ferrometalen gerekend.
Als groep vertegenwoordigen de ferro-metalen een belangrijke economische factor. Dit niet zozeer vanwege hun zeldzaamheid, juist hun ruime voorkomen biedt de mogelijkheid van een onnoemelijk aantal technische toepassingen. De economische waarde wordt bij de ferrometalen door de kwantiteit bepaald. Bij de non-ferrometalen (veel zeldzamer) wordt de waarde juist bepaald door de kwaliteit: er is weinig van en veel mensen willen het hebben.
In de afvalverwerking is het onderscheid tussen de ferro-metalen enerzijds en de non-ferrometalen anderzijds ook belangrijk. De economie van de verdere verwerking maakt een scheiding tussen de twee groepen al in een vroeg stadium van de recycling aantrekkelijk. Met behulp van magneten wordt de scheiding gerealiseerd.

Non-ferrometaal

Een non-ferrometaal is een metaal dat geen ijzer bevat of waarin de legeringen ijzer niet als hoofdbestanddeel hebben (bijvoorbeeld koper, aluminium, zink, brons en messing). Ook witmetalen behoren tot de non-ferro metalen.

Toepassingen

Non-ferrometalen kennen veel toepassingen in het dagelijks leven. Voorbeelden hiervan zijn als:
  • bouwmateriaal voor vliegtuigen en lichtgewichtcostructies (aluminum, magnesium, titanium);
  • elektrische geleider (kabels, derde rail of contacten);
  • coating als bescherming tegen corrosie (galvaniseren, vertinnen);
  • stroomopslag (accumulatoren, auto-accu's);
  • bedekkingsmateriaal (loden, zinken en koperen daken);
  • onderdelen in de huizenbouw (afvoerpijpen en dakgoten);
  • houders voor vloeistoffen (tinnen drinkkopjes, koperen brouwketels).


Extra uitleg over diesel, benzine, stookolie, kerosine, LPG, smeerolie, paraffine, asfalt! Klik hier.

Klik op een nummer in het raster om de aanwijzing of aanwijzingen voor dat nummer te zien. Als je vastzit, kun je op "Hint" klikken om een letter te krijgen. Men verliest dan wel punten. Vul het kruiswoordraadsel volledig in en klik vervolgens op de toets "CONTROLEER", om je antwoorden te controleren.

Men kan naargelang de gebruikte browser, de oefening opnieuw maken, door met de rechtermuistoets te klikken op het scherm. Er opent zich een nieuw venster. Als er in dat venster het woord "vernieuwen" staat kan men daar op klikken.
  1    2      3     4      5       6       
7            8                 
    9            10             
      11                     
          12        13           
  14                         
                15           
             16              
17             18                
                         
  19    20        21           22        
23           24                  
                25           
           26                
               27    28          
           29              30    
                   31        
            32           33      
                         
     34                      
                         
    35                       
36                           
            37               
 38                          

Horizontaal

2. Brandstof uit aardolie voor bepaalde automotoren.
5. Andere naam voor energiebron.
7. Grondstof voor de vervaardiging van bakstenen.
8. Stad in België op de samenvloeing van Schelde en Leie.
10. Ander woord voor "geld" als vestigingsfactor.
12. Ander woord voor ijzer.
13. Steenkool die geen gassen meer bevat.
14. Ander woord voor niet-ijzerhoudend.
15. Een vloeibare energiebron.
17. Grondstof afkomstig van schapen.
18. Industrie die wit zand als grondstof gebruikt.
21. Werkkracht die in een fabriek op kantoor werkt.
22. Een ander woord voor stookolie.
23. Een oven waar men ijzererts in smelt.
25. Onbewerkte stof uit de ondergrond.
26. Grondstof voor o.a. glasfabricage.
27. Een product uit de chemische industrie vaak als verpakking gebruikt.
29. Grondstof uit de bosbouw.
32. Een ander woord voor kernkracht.
34. Een buizensysteem voor transport.
36. Een werknemer die in een fabriek werkt.
37. Een stad op het kanaal Gent-Terneuzen.
38. Een andere naam voor mazout.

Verticaal

1. Een kanaal voor zeeschepen.
3. Een product gemaakt in de verwerkingsindustrie.
4. Een ander woord voor kernkracht.
6. Een transporttoestel dat eindloos is.
7. Een aanlegplaats voor zeeschepen.
9. Een erts gebruikt in een atoomcentrale.
11. Een ander naam voor scheikundige industrie.
16. Een andere naam voor zware industrie.
19. De naam van het gas geproduceerd in een hoogoven.
20. Fabriek waar men kleding maakt.
23. Product dat halfafgewerkt is.
24. Vaste zwarte brandbare energiebron.
28. Ander woord voor verbruiksmarkt.
30. Een schip dat op zee vaart.
31. Brandstof uit aardolie voor automotor.
33. Een fabriek waar men ijzer giet.
35. Een opslagplaats voor o.a. graan.