Rubberindustrie Er zijn twee basissoorten rubber die in de rubberindustrie worden gebruikt: natuurlijk en synthetisch. Een aantal verschillende synthetische rubberpolymeren wordt gebruikt om een grote verscheidenheid aan rubberproducten te maken. Natuurlijk rubber wordt voornamelijk geproduceerd in Zuidoost-Azië, terwijl synthetisch rubber voornamelijk wordt geproduceerd in de geïndustrialiseerde landen - de Verenigde Staten, Japan, West-Europa en Oost-Europa. Brazilië is het enige ontwikkelingsland met een aanzienlijke synthetische rubberindustrie. (Rubber), (Natuur Rubber), (Synthetisch rubber).
Kunststofindustrie Vervaardigt polymeermaterialen - gewoonlijk kunststoffen genoemd - en biedt diensten op het gebied van kunststoffen die belangrijk zijn voor een reeks industrieën, waaronder verpakking , bouw en constructie, elektronica, lucht- en ruimtevaart en transport. (Kunststof), (Kunststof van A tot Z).
Glasindustrie. Glas is een amorfe (niet-kristallijne) vaste stof. De bekendste verschijningsvorm is het kleurloze glas zoals het voor vensterglas en drinkglazen wordt gebruikt. Dit glas bestaat voornamelijk uit de stof silica of siliciumdioxide (SiO2). (Glasfabriek), (Glas).
Bestudeer eerst bovenstaande cursus. IN ONDERSTAANDE GEGEVENS STAAN ER VAAK HYPERLINKS. KLIK ER OP EN LEES OOK DIE TEKSTEN. ER WORDEN DAAR VRAGEN OVER GESTELD. Antwoorden te halen uit bovenstaande gegevens. Selecteer het antwoord dat je het meest juist lijkt en/of vul in.
MEN KAN DE OEFENING OOK OPNIEUW MAKEN, DOOR MET DE RECHTERMUISTOETS OP HET SCHERM TE KLIKKEN EN DAN, INDIEN HET WOORD ER STAAT, IN HET GEOPENDE VENSTER TE KLIKKEN OP "VERNIEUWEN"
Het proces van veranderingen in het productieproces door mechanisatie en de daaropvolgende veranderingen in de productieorganisatie, zoals de invoering van het fabriekssysteem noemt men EEN WOORD INTIKKEN.
Het toevoegen van waarde, gebruikswaarde en of emotionele waarde, door het veranderen of bewust niet veranderen van de fysieke toestand van producten om daarmee voor de mens de gewenste eigenschappen (of perceptie van die eigenschappen) te verkrijgen of te behouden noemt men
Niet-menselijke fysieke objecten die gebruikt worden in het productieproces noemt men
productie.
productiviteit.
productiemiddel.
Criteria voor het beoordelen van de productie-omgeving zijn: al de juiste antwoorden aanklikken.
In de economie alle zaken die in het economisch verkeer een waarde bezitten noemt men EEN WOORD INTIKKEN.
In België noemt men alle goederen die niet onroerend zijn EEN WOORD INTIKKEN.
De grond, de nog niet gewonnen delfstoffen, de met de grond verenigde beplantingen, alsmede de gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken noemt men
onroerend goed.
roerend goed.
Een product dat te koop wordt aangeboden noemt men een EEN WOORD INTIKKEN.
Het vervangen van handmatige handelingen door het gebruik van machines noemt men EEN WOORD INTIKKEN.
Het vervangen van menselijke arbeid door machines of computers en computerprogramma's noemt men EEN WOORD INTIKKEN.
Handwerk dat wordt aangeleerd om een beroep mee uit te oefenen noemt men een EEN WOORD INTIKKEN.
In de economische wetenschap behoren de industrie en bouwnijverheid tot de
secundaire sector.
primaire sector.
dienstensector of tertiaire sector.
quartaire sector.
Publieke sector.
De vervaardiging op industriële schaal van producten, waarbij voornamelijk gebruikgemaakt wordt van chemische, biochemische, mechanische en/of fysische processen is de
Procesindustrie.
Maakindustrie.
Dat deel van de industrie dat materialen tot nieuwe producten verwerkt.
Procesindustrie.
Maakindustrie.
Industrie die kleine consumptiegoederen produceert.
Lichte industrie.
Maakindustrie.
Industrie die zware en omvangrijke grondstoffen verwerkt.
Zie tekening. Een torenvormige installatie waarmee naar aardolie, aardgas, steenzout of water wordt geboord. EEN WOORD INTIKKEN.
Zie foto. De populaire benaming voor het bovengrondse deel van een pomp die aardolie uit de grond oppompt. Deze methode is nodig op plaatsen waar de aardolie taai en stroperig is en niet door middel van opstuwend water of gas spontaan naar boven komt. EEN WOORD INTIKKEN.
Een installatie voor de raffinage van aardolie tot bruikbare producten. EEN WOORD INTIKKEN.
Een techniek om door middel van verdamping twee of meer stoffen in een oplossing te scheiden, gebaseerd op het verschil in kookpunt van deze stoffen.
Fractionering.
Destillatie.
Filtratie.
Een vloeistofstroom door een poreus medium, bijvoorbeeld papier of een fijn metalen rooster, geleiden. Deeltjes in de vloeistof die groter zijn dan de gaatjes in het medium blijven achter op het filter en vormen een filterkoek. Deze filterkoek noemt men het residu.
Fractionering.
Destillatie.
Filtratie.
Zuivering onder invloed van waterstofgas. Hierbij worden heteroatomen uit de ruwe aardoliefracties verwijderd door een reactie met waterstof, waarbij de C-S-, C-N- en de C-O-verbindingen worden gebroken.
Een verzamelnaam voor verschillende scheikundige technieken, die gebruikt worden bij de verwerking van aardolieproducten. Bij deze techniek worden grotere organische moleculen (polymeren) gesplitst in kleinere organische moleculen (met een lager moleculair gewicht) of omgevormd tot moleculen die betere eigenschappen hebben met betrekking tot hun geschiktheid als brandstof.
Hydrotreating.
Katalytische reforming.
Kraken.
Polymerisatie.
Alkylering of alkylatie.
Onder invloed van een katalysator worden twee of meerdere olefinemoleculen aan elkaar gekoppeld. Het reactieproduct bestaat uit een mengsel van isomeren die slechts één dubbele binding bevatten. Ze hebben doorgaans een hoger octaangetal dan paraffinehomologen. Men spreekt hier van
Hydrotreating.
Katalytische reforming.
Kraken.
Polymerisatie.
Alkylering of alkylatie.
Een reactie tussen olefinen en isobutaan tot vorming van sterk vertakte alkanen. De bedoeling is de productie van benzine met een hoog octaangetal uitgaande van laagmoleculaire alkenen en isobutaan.
Hydrotreating.
Katalytische reforming.
Kraken.
Polymerisatie.
Alkylering of alkylatie.
Andere naam voor aardoliedestillaat of raffinaderijbenzine. Het is een condensaat (Condensaat is een complexe koolwaterstofverbinding, lichter dan aardolie en zwaarder dan aardgas) dat ontstaat bij het destilleren van ruwe olie. Het is een mengsel dat bestaat uit koolwaterstoffen.
Een aardolieproduct als brandstof voor dieselmotoren.
Nafta.
Benzine.
Dieselolie of gasolie.
LPG ( liquefied petroleum gas).
Kerosine.
Autogas wordt gebruikt als brandstof in mengselmotoren voor onder andere auto's, heftrucks en boten. Autogas is een mengsel van propaan (C3H8) en butaan (C4H10). Andere benaming.
Nafta.
Benzine.
Dieselolie of gasolie.
LPG ( liquefied petroleum gas).
Kerosine.
Een bij gefractioneerde destillatie van aardolie verkregen middenfractie, volgend op de benzinefractie.
Nafta.
Benzine.
Dieselolie of gasolie.
LPG ( liquefied petroleum gas).
Kerosine.
Zie foto. Een viskeusvloeibaarmengsel van verschillende koolwaterstoffen die voorkomen in ruwe aardolie. Na fractionele destillatie kan het mengsel gescheiden worden van de andere bestanddelen van aardolie zoals nafta, benzine of diesel en blijft het als zwaarste bestanddeel achter. Het kan ook in de natuur zelf gevormd worden, zonder tussenkomst van de mens.
Bitumen.
Stookolie.
Paraffine.
Wordt als brandstof gebruikt in dieselmotoren en verwarmingsinstallaties. kent men in Belgiê onder de naam mazout.
Bitumen.
Stookolie.
Paraffine.
Een uit aardoliefracties en bruinkoolteer verkregen mengsel van bij kamertemperatuur vaste kristallijne alkanen met 16 tot 57 koolstofatomen en lineaire ketens. De algemene molecuulformule van zulke lineaire alkanen is CH3 (CH2)n CH3. Het smeltpunt is afhankelijk van de ketenlengte n.
Bitumen.
Stookolie.
Paraffine.
Ligniet is een fossiele brandstof die bestaat uit plantenresten die in diepe aardlagen tot koolstof en andere scheikundige verbindingen worden omgezet. Andere naam voor ligniet.
Bruinkool.
Vlamkool.
Gasvlamkool.
Vetkool.
Antraciet.
Steenkolensoort met betrekkelijk hoog gasgehalte (30—35 %), waardoor bij de verbranding een lange vlam optreedt.
Bruinkool.
Vlamkool.
Gasvlamkool.
Vetkool.
Antraciet.
Steenkoolsoort met vluchtige bestanddelen 45- 45 %. hoge hardheid. industriekool.
Bruinkool.
Vlamkool.
Gasvlamkool.
Vetkool.
Antraciet.
Deze kolen zijn in algemene zin de zachtste van de kolensoorten. Ze hebben bijna altijd een gelaagde structuur. Bij de verbranding geven ze lange, lichtgevende, roetende vlammen. Deze kolen zijn uiterst geschikt voor het gebruik van een smidsvuur.
Bruinkool.
Vlamkool.
Gasvlamkool.
Vetkool.
Antraciet.
Een vorm van steenkool die aan hoge druk en temperatuur blootgestaan heeft en nog circa 10 % vluchtige bestanddelen bevat.
Bruinkool.
Vlamkool.
Gasvlamkool.
Vetkool.
Antraciet.
Steenkool wordt gewonnen in ondergrondse en of bovengrondse mijnen. Bij ondergrondse winning spreekt men van een
gesloten kolenmijn.
open kolenmijn.
Steenkool wordt gewonnen in ondergrondse en of bovengrondse mijnen. Bij bovengrondse winning spreekt men van een
gesloten kolenmijn.
open kolenmijn.
Zie foto. In de mijnbouw is een verticale, meestal cilindervormige toegangsweg tussen het aardoppervlak en plaatsen in de ondergrond waar delfstoffen in vaste vorm worden ontgonnen een EEN WOORD INTIKKEN.
Een inrichting die zich bovengronds bij een kolenmijn bevindt en ertoe dient om de steenkool te scheiden van het meegedolven gesteente. EEN WOORD INTIKKEN.
Een steenberg (mijn) noemt men in België een
Deklaag of oppervlaktebehandeling) is een mengsel van stoffen dat op verschillende producten gestreken kan worden. Benaming?
Coating.
Cosmetica.
Geneesmiddel, ook medicijn en medicament.
Kleurstof.
Een verzamelnaam voor middelen ter verhoging van de hygiëne, lichamelijke reinheid en het uiterlijk schoon. Ze zijn onderdeel van het dagelijks leven en worden op verscheidene momenten van de dag gebruikt. Tandpasta en zeep worden veelal dagelijks gebruikt.
Coating. Een stof die, net als veel andere stoffen met een kleur, licht in bepaalde kleuren absorbeert en andere reflecteert.
Pigment.
Anorganische pigmenten.
Organische pigmenten.
Coating. Pigmenten werden oorspronkelijk gewonnen uit mineralen. Deze pigmenten bestaan meestal uit oxides van metalen. Het zijn:
Pigment.
Anorganische pigmenten.
Organische pigmenten.
Coating. Pigmenten bevatten koolstofverbindingen en waren oorspronkelijk afkomstig van dieren of planten. Men spreekt dan van
Pigment.
Anorganische pigmenten.
Organische pigmenten.
Cosmetica. Verschillende middelen die worden gebruikt om het uiterlijk van een gezicht bepaalde accenten te geven. Deze procedure heet zich opmaken. Het gebruik ervan stamt al uit de tijd van Cleopatra en is wijd verspreid, vooral onder vrouwen in westerse landen. Ook op het toneel gebruikt men schmink, in de kunst van de grime om iemand om te toveren tot bijvoorbeeld een toverkol en een vlinder. Ook om het effect van het felle licht tegen te gaan.
Make-up.
Zeep.
Tandpasta.
Crème (huidsmeersel).
Cosmetica. Een schoonmaakmiddel dat in combinatie met water een vetoplossende werking heeft.
Make-up.
Zeep.
Tandpasta.
Crème (huidsmeersel).
Cosmetica. Een product waarmee de tanden gepoetst kunnen worden. Dit wordt gedaan om de mondhygiëne te optimaliseren en te behouden. Uit onderzoek blijkt dat tandpasta niet bijdraagt aan de effectiviteit van tandenpoetsen tegen plaque.
Kleurstof. Kleurstoffen worden in twee fasen opgebracht en vormen pas kleurstofmoleculen in de vezel.
Reactieve kleurstoffen.
Directe kleurstoffen.
Naftol-kleurstoffen.
Kuipkleurstoffen.
Zwavelkleurstoffen.
Disperse kleurstoffen.
Kleurstof. Zijn onoplosbaar en danken hun naam aan de stap waarbij ze oplosbaar worden gemaakt (een reductiereactie, ook wel verkuipen genoemd).
Reactieve kleurstoffen.
Directe kleurstoffen.
Naftol-kleurstoffen.
Kuipkleurstoffen.
Zwavelkleurstoffen.
Disperse kleurstoffen.
Kleurstof. Het goedkopere alternatief voor kuipkleurstoffen.
Reactieve kleurstoffen.
Directe kleurstoffen.
Naftol-kleurstoffen.
Kuipkleurstoffen.
Zwavelkleurstoffen.
Disperse kleurstoffen.
Kleurstof. Zijn praktisch onoplosbaar in water.
Reactieve kleurstoffen.
Directe kleurstoffen.
Naftol-kleurstoffen.
Kuipkleurstoffen.
Zwavelkleurstoffen.
Disperse kleurstoffen.
De algemene term voor producten die bedoeld zijn om een voorwerp te beschermen of te verfraaien door het van een pigmenthoudende laag te voorzien. EEN WOORD INTIKKEN.
Een vloeibaar kleurmiddel dat gebruikt wordt om te schrijven of om te drukken. EEN WOORD INTIKKEN.
Een polymeer dat voorkomt als een emulsie in het sap van een aantal plantensoorten (dit sap is bekend als latex). Uit die latex haalt men EEN WOORD INTIKKEN.
De grondstof voor synthetisch rubber is EEN WOORD INTIKKEN.
Plastics, zijn chemische verbindingen die door niet-natuurlijke scheikundige processen worden vervaardigd. Anere naam voor plastics is EEN WOORD INTIKKEN.
Er zijn drie soorten kunststoffen. Synthetische polymeren gevormd uit lineair geschakelde monomeren; 92% van alle geproduceerde plastics zijn thermoplasten. Het betreft materialen die door blootstelling aan druk en/of warmte vloeibaar worden gemaakt en vervolgens in een matrijs worden geperst. men spreekt over
Thermoplasten.
Thermoharders.
Elastomeren.
Er zijn drie soorten kunststoffen. Synthetische polymeren, ook wel duroplasten genoemd, zijn macromoleculaire verbindingen met een 3-dimensionele netwerkstructuur. Men spreekt over
Thermoplasten.
Thermoharders.
Elastomeren.
Er zijn drie soorten kunststoffen. Ssynthetische polymeren met rubberachtige eigenschappen. men spreekt over
Thermoplasten.
Thermoharders.
Elastomeren.
Een amorfe (niet-kristallijne) vaste stof. De bekendste verschijningsvorm is voor vensterglas en drinkglazen. EEN WOORD INTIKKEN.
Materiaal dat bestaat uit glas met een percentage lood(II)oxide is. EEN WOORD INTIKKEN.