VERSTEDELIJKING OF URBANISATIE Verstedelijking of urbanisatie is de geleidelijke uitbreiding van intensief bewoonde gebieden, als gevolg van bevolkingsgroei en veranderingen in het levenspatroon van de bevolking. De mate van verstedelijking wordt uitgedrukt in de urbanisatiegraad. Sinds de 21e eeuw leeft voor het eerst de meerderheid van de wereldbevolking in een stad. De voedselvoorziening wordt daarmee verzorgd door een steeds kleiner deel van de bevolking, wat de kwetsbaarheid van de voedselbevoorrading vergroot. Daarnaast neemt de arbeidsreserve af die in het verleden snelle economische expansies mogelijk maakte. De verhoogde levensstandaard vergroot de ecologische voetafdruk. Geschiedenis en oorzaken ![]() Hoewel er ook in het verre verleden al zeer grote steden bestonden - zoals Rome rond 100 n.Chr. met 650.000 inwoners - kon pas ten tijde van de industriële revolutie de grote groei van de steden beginnen. Betere landbouwtechnieken lieten toe met minder mankracht grotere opbrengsten te realiseren, waardoor meer mensen buiten de landbouw tewerkgesteld konden worden. Dankzij ontwikkelingen binnen het domein van vervoer werden de steden minder afhankelijk van hun directe omgeving, want het voedsel voor het groeiende aantal stedelingen kon van grotere afstand aangevoerd worden. Tegelijkertijd eisten fabrieken steeds meer arbeiders. Verstedelijking was dus zowel het gevolg als de oorzaak van de industriële revolutie. Van de totale bevolking leefde rond 1900 zo'n 225 miljoen mensen in steden, 12 tot 15 procent. Tegen 1950 lag dit rond de 30 procent en rond 2000 was dit met een kleine drie miljard mensen bijna de helft. Deels bestond deze groei uit migratie vanaf het platteland, maar sinds de sanitaire revolutie waren steden in staat te groeien door een eigen geboorteoverschot. (het verschijnsel dat in een gebied in een bepaalde periode het aantal geboorten structureel hoger ligt dan het aantal sterfgevallen VB: Het geboorteoverschot wordt ook wel de natuurlijke bevolkingsgroei genoemd). De levensverwachting in de steden werd in een aantal gevallen ook hoger dan op het platteland, een groot contrast met vroeger tijden. Rond 1750 reduceerde de sterfte in bijvoorbeeld Londen de bevolkingsgroei met de helft. Deze verstedelijking begon in de westerse wereld. Daar werd het eerste stadium van verstedelijking tegen de jaren 30 tot 50 van de 20e eeuw voltooid. Het westen werd gevolgd door de Sovjet-Unie en Latijns-Amerika. In sommige Latijns-Amerikaanse landen is zij bijna voltooid, in andere Latijns-Amerikaanse en Aziatische landen is zij nog volop in gang, met als gevolg krottenwijken waarin vroegere boeren in de hoop op beter leven komen wonen. In China stimuleerde de overheid het platteland, maar na 1980 vond daar de grootste en snelste verstedelijking ooit plaats. In veel Afrikaanse landen is de verstedelijking nog niet begonnen. Gevolgen Over de gehele wereld ontstonden steden met soms tientallen miljoenen inwoners. Het leven in de stad vergde andere omgangsvormen dan die in dorpen en had daarmee een grote invloed op alle facetten van het dagelijks leven. In plaats van traditionele plattelandsgezinnen, waar meerdere generaties onder één dak woonden, kwam er een gezin bestaande uit een man, zijn vrouw en hun kinderen. Dat heeft ook in meer individualisme geresulteerd, doordat familiebanden losser werden. Persoonlijk vertrouwen kon niet meer aan de basis staan, waarmee een groter beroep werd gedaan op het rechtssysteem, politie en opvoeding. Reacties daarop varieerden van de vorming van straatbendes tot buurtverenigingen. Hoewel op veel van de stadsproblemen nog geen bevredigend antwoord is gevonden, had het stadsleven dusdanig veel voordelen dat het mensen aan bleef trekken. Oorzaken daarvan lagen bij werkgelegenheid, onderwijs, gezondheidszorg en uitgaansleven. Waar kinderen op het platteland nog bij kunnen dragen in het dagelijks onderhoud door bijvoorbeeld het hoeden van dieren, geldt dit in de stad in veel mindere mate, terwijl meisjes in steden meer kans op onderwijs hebben. Dit alles stimuleerde een geboortedaling die zich rond 1970 zo ver had doorgezet in Duitsland en Japan dat het geboortecijfer dermate laag werd dat de bevolking kromp. Na 1980 was dit ook het geval in Rusland en de Oekraïne. Mogelijk worden steden door deze trend opnieuw demografische zwarte gaten, deze keer niet door een hoog sterftecijfer, maar door een laag geboortecijfer. Suburbanisatie Toch wil het niet zeggen dat de verstedelijking in Europa en Amerika sinds de jaren vijftig gestopt is. Na het eerste stadium komt het tweede, dat onder de naam suburbanisatie bekend is, van suburb, Engels voor buitenwijk. Nu gaat de mensenstroom in de andere richting. Mensen willen uit de stad om gebrek aan ruimte, lawaai, luchtvervuiling en dergelijke te ontvluchten (stadsvlucht). Hoewel mensen dus ogenschijnlijk buiten de stad gaan wonen, is dit proces ook een resultaat en een onderdeel van verstedelijking, want de voorstadsinwoners zijn zeker geen plattelandsmensen van vroeger. Ze doen niet aan landbouw (hoogstens een tuintje met wat bloemen) en ze zijn nog steeds afhankelijk van de stad, die hen "bedient" op het gebied van werkgelegenheid, onderwijs en cultuur. Gevolgen voor het milieu Verstedelijking lijkt op het eerste gezicht slecht te zijn voor het milieu. Men ziet veel verkeer, asfalt, productie van fijnstof, en relatief weinig groen. Echter als het effect van verstedelijking op het milieu beschouwd wordt vanuit een relatief perspectief, dan wordt duidelijk dat het tegenovergestelde waar is. In stedelijke gebieden is per inwoner de hoeveelheid asfalt, het aantal personenauto's en de oppervlakte bebouwd terrein aanzienlijk lager dan in niet-stedelijke gebieden. Verstedelijking heeft vaak nadelige gevolgen voor de waterhuishouding in een gebied. De neerslag die er valt, kan niet langer in de bodem infiltreren en komt versneld tot afstroming in de rivieren en beken die het gebied doorkruisen. Die krijgen daardoor te maken met hogere debieten, waardoor de kans op overstromingen en dijkdoorbraken in de benedenloop van die wateren groter wordt. Zie ook:
Suburbanisatie (1960-1975) Suburbanisatie is de migratie van mensen vanuit de stad naar het omringende platteland, waardoor dit geconfronteerd wordt met een verhoogde urbanisatie. Als reden kan men meerdere factoren aanwijzen; door de stijging van de welvaart konden mensen zich auto's en duurdere huizen buiten de stad veroorloven, ruimte voor een tuin, de woningkwaliteit in de steden liep achteruit of omdat bedrijven zich buiten de steden langs belangrijke verkeeraders gingen vestigen. Hier ontstonden bedrijventerreinen, de zogenaamde central business districts of CBD's. Ook dit laatste valt onder suburbanisatie. Ook werden de kleinschalige winkels in de steden vervangen door grote winkelcentra aan de rand daarvan (weidewinkels), hoewel dit fenomeen in Nederland minder sterk is dan omliggende landen. Nederland hield met dit fenomeen rekening door een aantal groeikernen aan te wijzen: kleinere gemeenten die de suburbanisatie van een of meerdere nabijgelegen steden moeten opvangen door te groeien en aldus huisvesting te bieden. Suburbanisatie werd gestimuleerd door de groeiende mobiliteit van de bevolking. Hierdoor konden mensen in de stad werken en buiten de stad wonen. Het begrip forens is dus sterk gekoppeld aan suburbanisatie. Doordat vooral de beter opgeleide midden- en hogere inkomens uit de stad trokken, daalde het gemiddelde opleidings- en inkomensniveau van de stad. Soms leidde dit zelfs tot grootschalige leegstand, zoals in de grotere steden in het noordoosten van de Verenigde Staten. In dat geval is er sprake van desurbanisatie of ontstedelijking. Hierdoor daalde eveneens de gemeentelijke belastingopbrengst, met als bijkomend resultaat in sommige gevallen verloedering van binnensteden. Hoewel in sommige gevallen dit probleem kan worden opgevangen door de vrijkomende ruimte beschikbaar te stellen als kantoorruimte, betekent dit dat weer fors geïnvesteerd moet worden in de bereikbaarheid van de (binnen)stad. Een ander gevolg is het ontstaan van zogenaamde 'slaapsteden': (voor)steden die overdag een nagenoeg uitgestorven indruk maken doordat iedereen in nabije grotere steden werkt. Bovendien groeien deze steden op den duur min of meer aan de stad vast waardoor een grote agglomeratie ontstaat. Door re-urbanisatie in de jaren tachtig en daarna is dit proces deels een halt toegeroepen. Suburbanisatie komt vooral in de Westerse Wereld voor, daar buiten ligt de nadruk nog steeds op urbanisatie. Alhoewel in opkomende ontwikkelingslanden zoals China de suburbanisatie volop in ontwikkeling is. In Nederland was de grootste suburbanisatiegolf in de jaren zestig en zeventig. |
| New Towns of Tuinsteden Een geplande stad of nieuwe stad is een stad die vooraf gepland is voordat er gebouwd wordt. Het Franse equivalent van een geplande stad is het ville nouvelle, in het Engels worden deze geplande steden in het algemeen met new towns aangeduid. Naast geplande steden zijn de andere opties plaatsen ontstaan uit een dorpskern, zoals bijv. Assen, Heerhugowaard of Hengelo, en plaatsen ontstaan vanuit een historische stadskern, zoals bijv. Alkmaar, Maastricht of Dordrecht. Geplande tuinstad De term garden city verwijst naar het geplande stadconcept van Ebenezer Howard, die suburbane tuinsteden wilde bouwen rondom grote steden. Een Brits voorbeeld is Welwyn Garden City. Een aantal van de hoofdsteden in de wereld zijn geplande steden, zoals Washington D.C. in de Verenigde Staten, Canberra in Australië, Brasilia in Brazilië, New Delhi in India, Abuja in Nigeria en Islamabad in Pakistan. De nieuwe hoofdstad van Myanmar, Naypyidaw is ook een voorbeeld van een nieuwe stad. In Indonesië bestaan plannen voor een "verhuizing" van de hoofdstad (thans Jakarta) naar een nieuwe locatie op het eiland Kalimantan. Benelux In België zijn Le Grand-Hornu en Louvain-la-Neuve geplande steden. In Nederland zijn Den Helder, IJmuiden, Hoofddorp, Nieuw-Vennep, Almere, Lelystad, Dronten, Emmeloord en Hellevoetsluis geplande steden Een vroeg voorbeeld van een geplande stad is Elburg in Nederland. Overig Chandigarh is een voorbeeld van een grote geplande stad in India. Bij het ontwerp was onder meer de Zwitsers-Franse architect Le Corbusier betrokken. In Duitsland is onder meer Sennestadt een geplande stad. Een vroeg voorbeeld van een geplande stad zijn de Bastides in Zuid-Frankrijk en Valletta op Malta. Toekomstplannen Enkele miljardairs hebben plannen om eigen geplande steden te bouwen, zoals Bill Gates (Belmont, Arizona), Google (Quayside, Canada), de overheid van Saoedi-Arabië (NEOM) en Peter Thiel(Artisanopolis, Frans-Polynesië). De regering van Indonesië wil op het eiland Borneo een nieuwe stad laten bouwen die Jakarta moet opvolgen als hoofdstad van het land. Het ontwerp hiervan heet Nagara Rimba Nusa. Nieuwe steden in het Verenigd Koninkrijk De nieuwe steden in het Verenigd Koninkrijk werden gepland onder de bevoegdheden van de New Towns Act 1946 en zijn later bedoeld om bevolkingsgroepen te herplaatsen in arme of gebombardeerde woningen na de Tweede Wereldoorlog. Ze werden ontwikkeld in drie golven. Latere ontwikkelingen omvatten de uitgebreide steden: bestaande steden die aanzienlijk werden uitgebreid om plaats te bieden aan wat de 'overloop'-bevolking werd genoemd uit dichtbevolkte achterstandsgebieden. Aangewezen nieuwe steden werden aan de controle van de gemeente onttrokken en onder toezicht van een ontwikkelingsmaatschappij geplaatst. Deze corporaties werden later ontbonden en hun vermogen werd verdeeld tussen lokale autoriteiten en, in Engeland, de Commission for New Towns (later Engelse Partnerships). Historische precedenten Letchworth, Hertfordshire (opgericht in 1903 door de Garden city-beweging ). Welwyn Garden City, Hertfordshire (opgericht in 1920 door de Garden City-beweging). Overloop landgoederen
ENGLAND
De eerste golf was bedoeld om de woningnood na de Tweede Wereldoorlog te helpen verlichten, buiten de groene gordel rond Londen. Een paar locaties in County Durham werden ook aangewezen. Deze aanduidingen werden gemaakt onder de New Towns Act 1946. De stad Telford (voorheen Dawley New Town) is ontstaan uit een aantal steden die waren samengevoegd rond een centraal servicegebied.De tweede golf (1961-1964) werd eveneens gestart om woningtekorten op te vangen. Twee van de onderstaande locaties (Redditch en Dawley New Town - later omgedoopt tot Telford ) bevinden zich in de buurt van de agglomeratie West Midlands; nog twee (Runcorn en Skelmersdale) bevinden zich in de buurt van Merseyside en waren bedoeld als overloop voor de stad Liverpool. Nieuwe stadsarchitectuur in Peterborough De derde en laatste golf van nieuwe steden (1967-1970) zorgde voor extra groei, voornamelijk verder naar het noorden van de vorige nieuwe steden in Londen, met een paar ontwikkelingen tussen Liverpool en Manchester, namelijk "Central Lancashire" en Warrington. Dawley New Town werd opnieuw aangewezen als Telford New Town, met een veel groter gebied, als overloop voor Birmingham en nabijgelegen steden, waaronder Wolverhampton. Ongeveer halverwege tussen Birmingham en Londen lag de nieuwe stad Milton Keynes (die zijn naam ontleende aan een dorp in de omgeving, maar ook de bestaande steden Bletchley, Wolverton en Stony Stratford opslokte ), terwijl de bestaande stad Northampton werd uitgebreid. In East Anglia, werd de stad Peterborough aangewezen als een nieuwe stad om de overloop van Londen op te vangen. Andere 'overspill'-ontwikkelingen In dezelfde periode als de nieuwe stedenbouwkundige regeling ondergingen verschillende andere steden een door de lokale overheid geleide uitbreiding als 'overloop' naar grotere stedelijke gebieden, maar werden niet officieel aangewezen als nieuwe steden, waaronder:
Latere stadsuitbreidingen Er zijn sinds 1970 geen nieuwe steden formeel aangewezen, maar er zijn verschillende nieuwe grootschalige ontwikkelingen gesticht:
Toekomstige ontwikkelingen Op 13 mei 2007 kondigde kanselier Gordon Brown, die de volgende maand premier van het Verenigd Koninkrijk werd, aan dat hij 10 nieuwe " eco-steden " zou aanwijzen om de vraag naar goedkope woningen te verminderen. De steden, met elk ongeveer 20.000 inwoners - minstens 5.000 huizen - zijn gepland om "koolstofneutraal" te zijn en zullen lokaal opgewekte duurzame energiebronnen gebruiken. In de aankondiging werd slechts één locatie genoemd: de voormalige Oakington-kazerne in Cambridgeshire - de reeds geplande ontwikkeling van Northstowe. Gemeenten zullen worden uitgenodigd om locaties voor de overige vier steden aan te bieden. De Town and Country Planning Association adviseert de regering over de criteria en beste praktijken bij het ontwikkelen van de eco-steden door een reeks "werkbladen" voor ontwikkelaars te produceren. In september 2014 riep het CBI alle politieke partijen op zich in te zetten voor de bouw van 10 nieuwe steden en tuinsteden om de woningnood in het land aan te pakken. WALES
SCHOTLAND Tussen 1947 en 1973 werden zes nieuwe steden in Schotland aangewezen, voornamelijk vanwege de overloopbevolking van Glasgow.
Toekomstige ontwikkelingen
NOORD-IERLAND De New Towns Act 1965 gaf de minister van Ontwikkeling van de regering van Noord-Ierland de bevoegdheid om een gebied als nieuwe stad aan te wijzen en een ontwikkelingscommissie aan te stellen. Er zou een bevel kunnen worden gegeven om gemeentelijke functies van alle of een deel van de bestaande lokale autoriteiten over te dragen aan de commissie, die de aanvullende titel van stadsdeelraad aannam, hoewel niet gekozen. Dit werd gedaan in het geval van Craigavon. De New Towns Amendment Act 1968 werd aangenomen om de oprichting van de Londonderry Development Commission mogelijk te maken om de County Borough en het landelijke district Londonderry te vervangen, en om het Londonderry Area Plan uit te voeren. Op 3 april 1969 nam de ontwikkelingscommissie de gemeentelijke functies van de twee raden over, het gebied werd Londonderry Urban District.
Nalatenschap In juli 2002 heeft het Beperkt Comité voor vervoer, lokaal bestuur en de regio's de effectiviteit van de nieuwe steden beoordeeld en geconcludeerd dat: hoewel veel nieuwe steden economisch succesvol zijn geweest, ondervinden de meeste nu grote problemen. Hun ontwerp past niet bij de 21e eeuw. Hun infrastructuur veroudert in hetzelfde tempo en velen hebben sociale en economische problemen. Veel kleine lokale autoriteiten hebben niet de capaciteit om hun problemen op te lossen. Hun pogingen om de steden te beheren worden bemoeilijkt door de rol die Engelse partnerschappen spelen, die nog steeds grote grondbezit en andere openstaande belangen hebben. De nieuwe steden zijn niet langer nieuw en veel van de snel gebouwde huizen hebben het einde van hun ontwerpleven bereikt. De masterplannen dicteerden een ontwikkeling met een lage dichtheid met grote hoeveelheden open ruimte en woningen gescheiden van banen, winkels en zakelijke diensten. Deze creëerden een auto-afhankelijkheid en worden nu niet als duurzaam beschouwd. Ontwikkelingen met een lage dichtheid zijn duur in onderhoud. Wegen en rioleringen zijn aan dure upgrades toe. Zie ook. Lijst met geplande steden. Klik hier |