Geografie (uit het Grieks: γεωγραφία, geographia, letterlijk "aardbeschrijving") is een wetenschapsgebied dat zich toelegt op de studie van de landen, kenmerken, bewoners en verschijnselen van de aarde en planeten. De eerste persoon die het woord γεωγραφία gebruikte, was Eratosthenes (Cyrene, tussen 276 v.Chr. en 273 v.Chr. - Alexandrië, ca. 194 v.Chr.). Geografie is een allesomvattende discipline die op zoek is naar begrip van de aarde en haar menselijke en natuurlijke complexiteit - niet alleen waar objecten zich bevinden, maar ook hoe ze zijn veranderd en ontstaan. (Zie: beschaving en geschiedenis van de wereld) Geografie wordt vaak gedefinieerd in termen van twee takken: menselijke geografie en fysieke geografie. Menselijke geografie behandelt de studie van mensen en hun gemeenschappen, culturen, economieën en interacties met de omgeving door hun relaties met en door ruimte en plaats te bestuderen. Fysische geografie behandelt de studie van processen en patronen in de natuurlijke omgeving zoals de aardatmosfeer, de hydrosfeer, de biosfeer en de geosfeer. De vier historische tradities in geografisch onderzoek zijn ruimtelijke analyses van natuurlijke en menselijke fenomenen, gebiedsstudies van plaatsen en regio's, studies van mens-landrelaties en aardwetenschappen. Geografie wordt "de werelddiscipline" genoemd en "de brug tussen de mens en de natuurwetenschappen".
(ook wel geosystemen of fysiografie genoemd) is een van de twee belangrijkste gebieden van de geografie. Fysische geografie is de tak van de natuurwetenschappen die zich bezighoudt met de studie van processen en patronen in de natuurlijke omgeving zoals de atmosfeer, de hydrosfeer, de biosfeer en de geosfeer, in tegenstelling tot de culturele of gebouwde omgeving, het domein van de menselijke geografie.
Is de studie van de verspreiding van soorten en ecosystemen in de geografische ruimte en door de geologische tijd. Organismen en biologische gemeenschappen variëren vaak op regelmatige wijze langs geografische gradiënten van breedtegraad, hoogte, isolatie en leefgebied. Fytogeografie is de tak van biogeografie die de verspreiding van planten bestudeert. Zoogeografie is de tak die de verspreiding van dieren bestudeert. Mycogeografie is de tak die de verspreiding van schimmels, zoals paddenstoelen, bestudeert. Kennis van ruimtelijke variatie in het aantal en de soorten organismen is vandaag net zo belangrijk voor ons als voor onze vroege menselijke voorouders, aangezien we ons aanpassen aan heterogene maar geografisch voorspelbare omgevingen. Biogeografie is een geïntegreerd onderzoeksveld dat concepten en informatie uit ecologie, evolutionaire biologie, geologie en fysische geografie verenigt.
Modern biogeografisch onderzoek combineert informatie en ideeën uit vele domeinen, van de fysiologische en ecologische beperkingen op de verspreiding van organismen tot geologische en klimatologische verschijnselen die werken op globale ruimtelijke schalen en evolutionaire tijdframes.
Zie ook. Wikipedia. Verspreidingsgebieden. Klik hier. Plantengeografie. Klik hier.
Is de studie van hoe de biosfeer en de lithosfeer op elkaar inwerken. Biogeologie bestudeert biotische, hydrologische en aardse systemen in relatie tot elkaar. Deze tak van de wetenschap probeert tot een inzicht te komen hoe het klimaat, de oceanen en nog andere effecten inwerken op geologische systemen. Bijvoorbeeld, bacteriën zijn de oorzaak van de vorming van sommige mineralen zoals pyriet en kunnen economisch belangrijke metalen zoals tin en uranium concentreren. De bacteriën zijn ook de oorzaak van de chemische samenstelling van de atmosfeer die verweringsniveaus van rotsen beïnvloedt.
Geoarcheologie past methodieken en technieken uit de aardwetenschappen toe op archeologische problemen. Geoarcheologen bestuderen de fysische processen die van invloed zijn op archeologische vindplaatsen zoals geomorfologie, de vorming van deze vindplaatsen door geologische processen en de effecten van de opgravingen op het landschap. Het werk van geoarcheologen bestaat vaak uit het bestuderen van de bodem en sedimenten. In de geoarcheologie kunnen archeologische landschappen worden gereconstrueerd aan de hand van kenmerken in het landschap, maar ook aan de hand van bodemkundig onderzoek. Ook kan gedacht worden aan het bepalen van de herkomst van een archeologisch item door middel van petrologie, ook wel bekend onder de term archeometrie.
Geochemie is de natuurwetenschap die principes uit de scheikunde gebruikt om de mechanismen achter grote geologische systemen zoals de aardkorst en oceanen te verklaren. Geochemisch onderzoek heeft belangrijke inzichten geboden voor de fysieke processen die zich op aarde, en ook op andere planeten in het zonnestelsel afspelen. Voorbeelden van deze processen zijn mantelconvectie, de vorming van planeten en de oorsprong van de stollingsgesteentengraniet en basalt. De geochemie beschrijft hoofdzakelijk de chemie achter geologische processen. Dit kan bijvoorbeeld de metamorfoseprocessen betreffen die plaatsvinden wanneer aardlagen diep in de aarde terechtkomen en daar bloot staan aan hoge temperatuur en druk. Daarbij verandert het materiaal en ontstaan bijvoorbeeld nieuwe mineralen. Deze tak van geochemie houdt zich vooral bezig met de vraag welke mineralen er onder welke omstandigheden gevormd worden. Er is veel overlap met de mineralogie, de kristallografie en de vastestofchemie. Een ander groot onderwerp binnen de geochemie betreft de fysische eigenschappen en chemische samenstelling van gesteenten die voorkomen in alle lagen van de aarde. Hierbij ligt de nadruk op onderzoek naar metamorfe en magmatisch gesteenten, sporenelementen en (meestal radioactieve) isotopen. Men kan uitspraken doen over ouderdom en vormingsomstandigheden. De reconstructie van het geologische verleden volgens de geochemie overlapt met planetologie en astrochemie. Ook doen geochemici onderzoek naar sedimenten, wateren, bodems en de atmosfeer, waarbij de bepaling van elementen een prominente rol speelt. Aan dit einde van het geochemisch spectrum ligt de biogeochemie. Zij bestudeert de interactie van organismen op de chemie van de aarde. Een ander tak van geochemie houdt zich bezig met transportverschijnselen, bijvoorbeeld van opgeloste ionen in rivier- of zeewater, hoe zij in kleimineralen opgeslagen worden, waar zij belanden enz. Hier is vrij veel overlap met bijvoorbeeld de milieuchemie, waar men zich met dezelfde vraag bezighoudt, maar ditmaal met door de mens in het milieu gebrachte stoffen.
Geochronologie is de wetenschap van het bepalen van de ouderdom van gesteenten, fossielen en sedimenten met behulp van eigen kenmerken van de gesteenten. Absolute geochronologie kan worden bereikt door middel van radioactieve isotopen, terwijl relatieve geochronologie wordt verschaft door instrumenten zoals paleomagnetisme en stabiele isotoopverhoudingen. Door meerdere geochronologische (en biostratigrafische) indicatoren te combineren, kan de precisie van de herstelde leeftijd worden verbeterd. De toepassing van geochronologie verschilt van biostratigrafie, de wetenschap van het toewijzen van sedimentair gesteente aan een bekende geologische periode door het beschrijven, catalogiseren en vergelijken van fossiele bloemen- en faunale assemblages. Biostratigrafie biedt niet direct een absolute leeftijdsbepaling van een rots, maar plaatst deze alleen binnen een tijdsinterval waarin bekend is dat die fossiele assemblage naast elkaar heeft bestaan. Beide disciplines werken echter hand in hand samen tot het punt waarop ze hetzelfde systeem van benoemen van strata (gesteentelagen) en de tijdsspanne die worden gebruikt om sublagen binnen een stratum te classificeren, delen. De wetenschap van de geochronologie is het belangrijkste instrument dat wordt gebruikt in de discipline van de chronostratigrafie, die absolute leeftijdsdata probeert af te leiden voor alle fossiele assemblages en de geologische geschiedenis van de aarde en buitenaardse lichamen te bepalen.
De klassieke geodesie is de wetenschap die zich bezighoudt met de bepaling van de vorm en de afmetingen van de aarde. Deze omschrijving heeft slechts betrekking op de kern van het vakgebied, dat is de meetkundige beschrijving van de aarde of delen daarvan. De naam geodesie wordt echter ook in ruimere zin gebruikt voor een beroepsgebied dat zich uitstrekt van enerzijds de geofysica tot anderzijds bijvoorbeeld de maatvoering van technische projecten en de administratie van grondeigendom. Naast landmeetkunde behoort ook fotogrammetrie tot de disciplines van de geodesie. Een andere tak betreft de registratie van het gebruik van onroerend goed, waarbij zowel het juridische als het technische aspect aan de orde komt. Geodesie houdt zich ook bezig met zaken als het bestuderen van het aardse zwaartekrachtveld, rotatiegedrag van de aarde, het aanmeten van deformaties door platentektoniek. Met de opkomst van de ruimtevaart en de introductie van satellietnavigatie (GPS) neemt de ruimtegeodesie een steeds belangrijkere plaats in.
Zie ook. Geodetisch coördinatensysteem. Klik hier.
Geofysica is de studie van de natuurkundige verschijnselen die zich voordoen in de Aarde. Geofysica wordt tot de aardwetenschappen gerekend, maar is ook te zien als een specialisatie binnen de natuurkunde. In ruimere zin bestudeert de geofysica alle onderdelen van het systeem Aarde, maar er kan een onderscheid gemaakt worden tussen de geofysica van de dampkring (bijvoorbeeld meteorologie en klimatologie), de geofysica van de oceanen (fysische oceanografie) en de geofysica van de vaste Aarde. In engere zin betreft de geofysica alleen de geofysica van de vaste Aarde, en heeft dan veel raakvlakken met de geologie en de geochemie. De geofysica van de vaste Aarde bestaat uit de onderdelen:
Exploratie-geofysica, gericht op het opsporen van zich ondergronds bevindende delfstoffen zoals aardolie, aardgas en ertsen. Hiertoe wordt de ondergrond in kaart gebracht met seismiek, met magnetische methoden of met elektromagnetische methoden. Seismiek is het veroorzaken van lichte trillingen om de eerste kilometers onder het oppervlak in kaart te brengen. Deze trillingen weerkaatsen in de ondergrond en de terugkerende echo's kunnen met geofoons geregistreerd worden.
Seismologie, het bestuderen van de voortplanting van golven in de aarde om de diepe aarde of om aardbevingen of zeebevingen te bestuderen. Deze golfbewegingen zijn meestal door aardbevingen veroorzaakte trillingen.
Theoretische geofysica, welke het gedrag van het inwendige van de Aarde bestudeert (bijvoorbeeld convectie en eigentrillingen van de Aarde).
Bestudeer eerst bovenstaande cursus. IN ONDERSTAANDE GEGEVENS STAAN ER VAAK HYPERLINKS. KLIK ER OP EN LEES OOK DIE TEKSTEN. ER WORDEN DAAR VRAGEN OVER GESTELD. Antwoorden te halen uit bovenstaande gegevens. Selecteer het antwoord dat je het meest juist lijkt en/of vul in.
MEN KAN DE OEFENING OOK OPNIEUW MAKEN, DOOR MET DE RECHTERMUISTOETS OP HET SCHERM TE KLIKKEN EN DAN, INDIEN HET WOORD ER STAAT, IN HET GEOPENDE VENSTER TE KLIKKEN OP "VERNIEUWEN"
Wetenschap (komt van het Latijnse woord scientia). Scientia betekent EEN WOORD INTIKKEN.
Vanaf de Zon gerekend is de derde planeet van ons zonnestelsel
Aarde.
Mars.
Mercurius.
Venus.
Een astronomisch lichaam dat om een ster of stellair overblijfsel draait dat massief genoeg is om door zijn eigen zwaartekracht te worden afgerond, niet massief genoeg is om thermonucleaire fusie te veroorzaken en het aangrenzende gebied van planetesimalen heeft opgeruimd noemt men een.
Planeet.
Meteoor.
Ster.
Cyrene of Kyrene (Grieks: Κυρήνη, Kyríni) was in de oudheid een Griekse stad, gelegen in het huidige
Libië.
Griekenland.
Turkije.
Egypte.
Een miljoenenstad in het noorden van Egypte, aan de Middellandse Zee. De stad is genoemd naar Alexander de Grote en is de op een na grootste stad van Egypte. Ze ligt aan de noordwestpunt van de Nijldelta. EEN WOORD INTIKKEN.
Ander woord voor aardatmosfeer. EEN WOORD INTIKKEN.
Geef de wetenschappelijke naam voor het geheel van water op, onder en boven het oppervlak van een planeet. Dit omvat dus alle oceanen, zeeën, rivieren, (pak)ijs, sneeuw en grondwater:
hydrosfeer.
biosfeer.
cryosfeer.
pedosfeer.
Het deel van de kosmos dat wordt ingenomen door geogenetische materie, dat wil zeggen materie die afkomstig is of behoort tot de planeet Aarde noemt men de
geosfeer.
hydrosfeer.
biosfeer.
cryosfeer.
pedosfeer.
Landvormen worden in de geomorfologie beschreven op grond van hun ontstaanswijze. Hierbij zijn de volgende factoren van belang: het moedergesteente, de geomorfologische processen die de vorm hebben gecreëerd, incl. de processen die nu actief zijn en de fase van de ontwikkeling. Landvormen voornamelijk ontstaan door: stromend water
Rivierdalen.
Morenen.
Duinen.
Pingo's.
Landvormen worden in de geomorfologie beschreven op grond van hun ontstaanswijze. Hierbij zijn de volgende factoren van belang: het moedergesteente, de geomorfologische processen die de vorm hebben gecreëerd, incl. de processen die nu actief zijn en de fase van de ontwikkeling. Landvormen voornamelijk ontstaan door: stromend water
Beekdal.
Kreekrug.
Stuwwal.
Landvormen worden in de geomorfologie beschreven op grond van hun ontstaanswijze. Hierbij zijn de volgende factoren van belang: het moedergesteente, de geomorfologische processen die de vorm hebben gecreëerd, incl. de processen die nu actief zijn en de fase van de ontwikkeling. Landvormen voornamelijk ontstaan door: stromend water
Oeverwal.
Tombolo.
Drumlin.
Landvormen worden in de geomorfologie beschreven op grond van hun ontstaanswijze. Hierbij zijn de volgende factoren van belang: het moedergesteente, de geomorfologische processen die de vorm hebben gecreëerd, incl. de processen die nu actief zijn en de fase van de ontwikkeling. Landvormen voornamelijk ontstaan door: stromend water
Meander.
Schoorwal.
Palsa.
Landvormen worden in de geomorfologie beschreven op grond van hun ontstaanswijze. Hierbij zijn de volgende factoren van belang: het moedergesteente, de geomorfologische processen die de vorm hebben gecreëerd, incl. de processen die nu actief zijn en de fase van de ontwikkeling. Landvormen voornamelijk ontstaan door: stromend water
Rivierdelta.
Strandwal.
Esker.
Kame.
Landvormen worden in de geomorfologie beschreven op grond van hun ontstaanswijze. Hierbij zijn de volgende factoren van belang: het moedergesteente, de geomorfologische processen die de vorm hebben gecreëerd, incl. de processen die nu actief zijn en de fase van de ontwikkeling. Landvormen voornamelijk ontstaan door: stromend water
Rivierterras.
Sandr (ook wel spoelzandwaaier of smeltwaterwaaier).
Doline.
Polje.
Een gebied waar relatief zeer weinig neerslag valt, waardoor er weinig of geen vegetatie is EEN WOORD INTIKKEN..
Het geheel aan bewegingen en vervormingen (zoals breuken en plooien) in het vaste oppervlak van een planeet (de korst). De term wordt ook gebruikt voor het vakgebied binnen de geologie dat dit proces bestudeert.
Tektoniek.
Planetologie.
Structurele geologie.
De gemiddelde weerstoestand (temperatuur, windkracht, bedekkingsgraad en neerslag) over een periode van minimaal 30 jaar noemt men het EEN WOORD INTIKKEN.
De wetenschap van kwantitatieve landoppervlakanalyse noemt men de
Geomorfologie of morfologie.
Geodesie.
Geochemie.
Geologie.
Geomorfometrie.
Hoe noemt men de wetenschap die binnen de geologie zich richt op het bestuderen van de samenstelling van gesteenten en de omstandigheden waaronder deze zijn ontstaan.
Petrologie.
Limnologie.
Bodemkunde of pedologie.
Stratigrafie.
Hoe noemt men de studie van de hydrosfeer of wel de studie van het gedrag en de eigenschappen van water in de atmosfeer, op en onder het aardoppervlak? EEN WOORD INTIKKEN.
Zie schets. Wat geeft deze schets weer?
De hydrologische cyclus.
De hydrothermale circulatie.
De hydrofractie.
De thermohaliene circulatie.
De Atmosferische circulatie.
Een tak van meteorologie en hydrologie dat de overdracht bestudeert van water en energie tussen het aardoppervlak en de lagere atmosfeer is de
hydrometeorologie.
hydrogeologie.
ecohydrologie.
hydrografie.
hydrometrie.
Hoe noemt men het deelvakgebied van de hydrologie dat de de stroming van water in de ondergrond behandelt?
hydrometeorologie.
hydrogeologie.
ecohydrologie.
hydrografie.
hydrometrie.
Hoe noemt men de wetenschap die de relatie tussen ecologische en hydrologische systemen onderzoekt?
hydrometeorologie.
hydrogeologie.
ecohydrologie.
hydrografie.
hydrometrie.
Hoe noemt men de de wetenschap die zich bezighoudt met het beschrijven van de waterbodem?
hydrometeorologie.
hydrogeologie.
ecohydrologie.
hydrografie.
hydrometrie.
Hoe noemt men de wetenschap die de componenten van de hydrologische kringloop meet?
hydrometeorologie.
hydrogeologie.
ecohydrologie.
hydrografie.
hydrometrie.
Grondwater waarin de stijghoogte (de waterdruk) alleen afhangt van de hoogte van de waterkolom noemt men
freatisch grondwater.
arthesisch grondwater.
ecohydrologie.
hydrografie.
Water dat spontaan naar boven komt door de hydrostatische druk op het water dat zich in een ondergronds bekken bevindt, noemt men
freatisch grondwater.
arthesisch grondwater.
Een watervoerende laag in de ondergrond (bijvoorbeeld zand) noemt men een EEN OF TWEE WOORDEN INTIKKEN.
Een karstbron, ook wel resurgentie, resurgentiebron of vauclusebron genoemd, is een bron waar een rivier
na een ondergrondse loop weer aan de oppervlakte komt.
altijd een ondergrondse loop heeft.
p = patm + ρgh
Hierin is:
patm de luchtdruk aan het wateroppervlakte (op zee komt dit neer op atmosferische druk - 101300 Pa) ρ de dichtheid van de vloeistof (kg/m3) en g is de valversnelling of zwaarteveldsterkte, dit is ongeveer 9,81 m/s2 = 9,81 N/kg h de hoogte van de kolom (dat wil zeggen de verticale afstand van het referentiepunt tot de grondwaterspiegel in m)
Deze formule geeft de
poriëndruk.
horizontale gronddruk.
hydrostatische druk.
lithostatische druk.
Dat deel van de bodem dat door de capillaire werking nog in verbinding staat met het grondwater noemt men de
capillaire zone.
funiculaire zone.
pendulaire zone of de hangwaterzone.
Ecologische kringlopen waar een chemische substantie zich verplaatst door biotische (biosfeer) en abiotische (lithosfeer, atmosfeer en hydrosfeer) compartimenten van de Aarde en van ecosystemen noemt men
biogeochemische kringloop.
koolstofkringloop.
stikstofkringloop.
fosforkringloop.
zwavelkringloop.
zuurstofkringloop.
Een sluis of sas is een waterbouwkundig kunstwerk in een waterkering tussen twee waterwegen met een verschillend waterpeil, dat dient om water te keren, maar dat door een beweegbaar mechanisme ook water of schepen kan laten passeren. Voor het doorlaten van schepen wordt soms sluisgeld (een soort belasting) geheven. Sluis met scheepvaartfunctie noemt men EEN WOORD INTIKKEN.
De overgang van een grondlichaam naar een brug, sluis of viaduct noemt men een EEN WOORD INTIKKEN.
Dat gedeelte van een gebouw dat onder de grond (onder het maaiveld) is gelegen noemt men een EEN WOORD INTIKKEN.
De onderste laag van de dampkring bevat ongeveer 80% van de totale massa aan lucht. De meeste meteorologische verschijnselen vinden in dit deel van de atmosfeer plaats. Hoe noemt men dat deel?
De troposfeer.
De stratosfeer.
De tropopauze.
De stratopauze.
De mesosfeer.
De mesopauze.
De thermosfeer.
De thermopauze.
De exosfeer.
Stofdeeltjes die opbranden in de aardatmosfeer ten gevolge van de wrijving met luchtmoleculen noemt men
meteoren.
kometen.
Organismen, hun abiotische omgeving en de wisselwerkingen tussen beide, binnen een afgebakende, bijvoorbeeld geografische, eenheid noemt men een
ecosysteem of oecosysteem.
Ethologie of gedragsbiologie.
Biomen.
Hoe noemt men de periodieke wisseling van de waterstand, en de daarmee samenhangende getijstroom, die op Aarde optreedt als gevolg van de zwaartekracht van de Maan en, in mindere mate, die van de Zon.
getijde, tij of getij.
vloed.
eb.
springtij.
doodtij.
Hoe noemt men de directe faseovergang van een stof uit de vaste fase naar een gasvormige fase? EEN WOORD INTIKKEN.
Hoe noemt men de nevelige wolk van gas om de kern van een komeet? EEN WOORD INTIKKEN.
Een smalle strook land die twee grotere landmassa's verbindt noemt men een EEN WOORD INTIKKEN.
Hoe noemt men de laag los (ongeconsolideerd), vaak verweerd materiaal aan het oppervlak van een planeet of maan? EEN WOORD INTIKKEN.
ρ = m / V
Hierin is
ρ is griekse letter rho m de massa V het volume
het is de formule van de EEN WOORD INTIKKEN.
Hoe noemt men de de bovenste laag van de aardkorst, namelijk die laag van de aardkorst die door planten beworteld wordt? EEN WOORD INTIKKEN.
Hoe noemt men het vakgebied binnen de landbouwkunde en geologie die studie maakt van de relatie tussen landbouw en bodems. Hierbij komen aspecten als bodemvruchtbaarheid en bemesting aan bod
Agrogeologie.
Hydrologie.
Geomorfologie.
Pedogenese is het proces waarbij onder invloed van bodemvormende factoren uit een dunne laag verweerd materiaal, gesteente, niet-geconsolideerdsediment of veen een bodemprofiel ontstaat. De bodemvormende factoren zijn moedermateriaal, klimaat, topografische ligging, biologische factoren en tijd. Onder invloed van deze factoren vinden diverse chemische, fysische en biologische veranderingen plaats in het uitgangsmateriaal. Geef de nederlandse benaming van pedogenese. EEN WOORD INTIKKEN.
Hoe noemt men het geheel van economische activiteiten waarbij het land wordt gebruikt ten behoeve van de productie van planten en dieren voor menselijk gebruik? EEN WOORD INTIKKEN.
Nederlands woord voor "silvicultuur". Een vorm van bosbeheer met economisch nut, waarbij bos ten minste ten dele dient als natuurlijke hulpbron. Bij dergelijke deels of geheel op productie gerichte bossen is het verwerven van hout hoofd- of nevendoel. In Vlaanderen en Nederland zijn door boseigenaren bosgroepen opgericht. EEN WOORD INTIKKEN.
De tak van de menselijke geografie die het meest verwant is aan de sociale theorie in het algemeen en de sociologie in het bijzonder, en die zich bezighoudt met de relatie tussen sociale fenomenen en haar ruimtelijke componenten is de
sociale geografie.
taalgeografie.
seksualiteit en ruimte.
geografie van kinderen.
Religie en geografie
Met autochtoon wordt doorgaans
de inheemse bevolking aangeduid.
van elders aangevoerd of afkomstig, niet-inheems, vreemd. Niet-oorspronkelijke bewoner.
Hoe noemt men het gedeelte van de Aarde waar leven mogelijk is en dat zich bevindt in de hydrosfeer, de atmosfeer en de lithosfeer? EEN WOORD INTIKKEN.
Een domein van eencellige, soms in kolonies levende micro-organismen noemt men de
bacteriën (Bacteria of Eubacteria).
virussen.
archaea.
Een samengestelde of enkelvoudige stof, die als vaste stof in de vrije natuur voorkomt en gevormd is door geologische processen noemt men EEN WOORD INTIKKEN.
IJzerkies is een mineraal met als formule FeS2 (scheikundige naam: ijzer(II)sulfide). Het mineraal is een belangrijk ijzer- en zwavelerts. Geef een andere naam. EEN WOORD INTIKKEN.
Een scheikundig element met symbool Sn (Latijn: stannum) en atoomnummer 50. Het is een zilvergrijs hoofdgroepmetaal. EEN WOORD INTIKKEN.
Een scheikundig element met symbool U en atoomnummer 92. Het is een metallisch grijs actinide en het element met de hoogste atoommassa dat van nature op Aarde voorkomt. EEN WOORD INTIKKEN.
Hoe noemt men het natuurlijke proces waarbij dit materiaal verandert als gevolg van invloeden van weer, klimaat, zogeheten exogene krachten, en onder invloed van de bodembiologie? EEN WOORD INTIKKEN.
Het vermogen van de bodem om een plant van water en voedingsstoffen te voorzien noemt men EEN WOORD INTIKKEN.
Hoe noemt men in de biologie de hoogste taxonomische rang, het hoogste taxonomische niveau? EEN WOORD INTIKKEN.
De verwering van materiaal (meestal gesteente) door een chemische reactie met water, koolzuur of zuurstof noemt men
chemische verwering.
Fysische verwering of mechanische verwering.
organogene verwering of biologische verwering.
De wetenschap die overblijfselen van oude culturen bestudeert teneinde het verleden te reconstrueren en te duiden noemt men met een wetenschappelijke naam archeologie. Geef de nederlandse naam. EEN WOORD INTIKKEN.
Een onderzoeksgebied binnen de geologie dat zich richt op het bestuderen van de samenstelling van gesteenten en de omstandigheden waaronder deze zijn ontstaan noemt men
Petrologie.
Petrografie.
Pedologie.
De natuurwetenschappen hebben heel wat onderdelen. Bv. Studie van de levenloze materie zoals natuurkunde (fysica). Hoe noemt men dat het deel van de astronomie dat de processen die zich afspelen in sterren probeert te verklaren met natuurkundige wetten en meer in het algemeen de processen die in het heelal waarneembaar zijn probeert te verklaren?
Astrofysica.
Geofysica.
Continuümmechanica.
Deeltjesfysica.
De natuurwetenschappen hebben heel wat onderdelen. Bv. Studie van de levenloze materie zoals natuurkunde (fysica). Hoe noemt men de studie van de natuurkundige verschijnselen die zich voordoen in de Aarde?
Astrofysica.
Geofysica.
Continuümmechanica.
Deeltjesfysica.
Hoe noemt men de natuurwetenschap die zich richt op de studie van samenstelling en opbouw van stoffen, de chemische veranderingen die plaatsvinden onder bepaalde omstandigheden, en de wetmatigheden die daaruit te destilleren zijn? EEN WOORD INTIKKEN.
Hoe noemt men de buitenste laag van de vaste Aarde? Bstaat voornamelijk uit gesteenten als granodioriet, gabbro en basalt. EEN WOORD INTIKKEN.
Zie foto's. Welk stollingsgesteente is een redelijk felsisch diepte- en ganggesteente met tussen de 63 en 68% silica?
Granodioriet.
Basalt.
Gabbro.
Zie foto. Een mafisch vulkanisch stollingsgesteente dat gevormd wordt door de stolling van lava.
Convectiestroming in vast gesteente in de aardmantel noemt men EEN WOORD INTIKKEN.
In de sterrenkunde bestaat er een proces waarbij materie samentrekt zodat er uit veel kleine deeltjes een aantal grote ontstaan. Dit noemt men
Accretie.
Gravitationele compressie.
Jeans-instabiliteit of Jeansmassa.
Gesteente dat is ontstaan door stolling van magma (onder het aardoppervlak) of lava (aan het aardoppervlak). In het eerste geval spreekt men van dieptegesteente of magmatisch gesteente, in het laatste geval van uitvloeiingsgesteente of extrusief gesteente.
Stollingsgesteente.
Sedimentair gesteente.
Metamorf gesteente.
Een term die in de geologie, petrologie en mineralogie gebruikt wordt om chemische reacties en faseovergangen in gesteenten te beschrijven.
Metamorfose.
Metasomatisme.
Een maat voor hoe warm of koud iets is. Natuurkundig gezien is het een maat voor de gemiddelde chaotische bewegingsenergie per molecuul, plus de beweging van atomen in moleculen. EEN WOORD INTIKKEN.
Hoe noemt men het interdisciplinair vakgebied tussen de scheikunde en de natuurkunde dat zich van oudsher bezighoudt met kristallen, kristalgroei, macroscopische kristalvorm en andere macroscopische eigenschappen van roosterstructuren? EEN WOORD INTIKKEN.
Hoe noemt men het gesteente dat onder invloed van temperatuur, druk of hydrothermale vloeistoffen is gerekristalliseerd of gemetamorfoseerd. Meestal gebeurt dit op grotere diepte in de aardkorst of mantel?
Stollingsgesteente.
Sedimentair gesteente.
Metamorf gesteente.
Plutoniet (afgeleid van de Romeinse god van de onderwereld, Pluto) of plutonisch, magmatisch, intrusief of abyssisch gesteente is stollingsgesteente dat diep onder het aardoppervlak is gestold. Geef de nederlandse naam. EEN WOORD INTIKKEN.
Atomen van hetzelfde chemische element, en dus met hetzelfde aantal protonen, waarin de aantallen neutronen in de atoomkern verschillend zijn noemt men EEN WOORD INTIKKEN.
Hoe noemt men een elektrisch geladen atoom of molecuul, of een groep atomen met een elektrische lading? EEN WOORD INTIKKEN.
Hoe noemt men alle resten en sporen van planten en dieren die geconserveerd zijn in gesteente? EEN WOORD INTIKKEN.
Hoe noemt men een soort microfoon die bedoeld is om (kunstmatig opgewekte) trillingen (bijvoorbeeld geluidsgolven) vanuit de aarde op te vangen? EEN WOORD INTIKKEN.
Iedere verandering van de heersende statische atmosferische druk, al dan niet hoorbaar noemt men EEN WOORD INTIKKEN.
Het symbool dB, is geen eenheid, maar is een verhouding op een logaritmische schaal. Volledige naam van dB? EEN WOORD INTIKKEN.
Een aardbeving waarvan het epicentrum op de zeebodem ligt noemt men een
onderzeese aardbeving of zeebeving.
aardbeving.
het punt op het aardoppervlak (epi is Grieks voor "op") loodrecht boven het hypocentrum (ondergronds) van een aardbeving noemt men het EEN WOORD INTIKKEN.
De locatie onder de aardkorst tussen twee of meer tektonische platen, waar een aardbeving ontstaat noemt men het EEN WOORD INTIKKEN.