Geologische begrippen (deel 3)

Voor meer uitleg over.
De aarde. Klik hier.
De ouderdom van de aarde. Klik hier.
De geschiedenis van de aarde. Klik hier.

De zon. Klik hier.
Het zonnestelsel. Klik hier.

Het element nikkel. Klik hier.
Element ijzer. Klik hier.

De geomagnetische Noordpool. Klik hier.
De geomagnetische Zuidpool. Klik hier.

De lithosfeer. Klik hier.
De hydrosfeer. Klik hier.

Extra uitleg over de
geologie van Nederland en Vlaanderen. Klik hier.
geologie van Nederland. Klik hier.
geologie van de Ardennen en de Eifel. Klik hier.
geologische periodes. Klik hier.

Bestudeer eerst bovenstaande cursus.
Vul de gaten in. Druk dan op de toets "Controleer" om je antwoorden te controleren. Gebruik wanneer aanwezig, de "Hints"-knop om een extra letter te krijgen, wanneer je het lastig vindt om een antwoord te geven. Je kan ook op de "[?]"-knop drukken om een aanwijzing te krijgen. Let wel: je verliest punten, wanneer je hints of aanwijzingen vraagt!

MEN KAN DE OEFENING OOK OPNIEUW MAKEN, DOOR MET DE RECHTERMUISTOETS OP HET SCHERM TE KLIKKEN EN DAN IN HET GEOPENDE VENSTER , INDIEN HET WOORD ER STAAT, TE KLIKKEN OP "VERNIEUWEN"
DE AARDAS
De aardas is de as waarom de aarde dagelijks draait. Omdat de aarde steeds een andere zijde naar de zon keert ontstaan dag en nacht. De aardas loopt door het zwaartepunt van de aarde. De punten waar de aardas door het aardoppervlak gaat heten de geografische noordpool en de zuidpool. De geomagnetische pool en geomagnetische zuidpool liggen ergens anders; zij hebben geen direct verband met de aardas. De denkbeeldige snijpunten van de aardas met de (eveneens denkbeeldige) hemelbol zijn de noordelijke en zuidelijke hemelpolen. De noordelijke hemelpool ligt in de buurt van de Poolster in het sterrenbeeld Kleine Beer. Het vlak loodrecht op de aardas dat door het middelpunt van de aarde gaat heet het equatorvlak. De equator of evenaar ligt daar waar het equatorvlak het aardoppervlak snijdt.

De aardas maakt een hoek van 23,44° met de normaal op het baanvlak van de aarde rond de zon, de ecliptica; hierdoor varieert in de loop van het jaar de hoek waaronder de zonnestralen het aardoppervlak raken en ook de lengte van de dag ten opzichte van de nacht. Deze effecten samen betekenen jaarlijkse variatie in de hoeveelheid ontvangen zonnestraling en zo ontstaan de seizoenen. In de zomer wijst de aardas van het halfrond van de waarnemer naar de zon en ontvangt dat halfrond meer zon, ook zijn de dagen langer dan de nachten. Op breedtegraden boven 66,56° (= 90° - 23,44°, de geografische breedte van de poolcirkels) is er zelfs tenminste één dag per jaar dat de zon niet ondergaat (middernachtzon); aan de andere kant van de wereld is er dan een nacht waarin de zon niet boven de horizon uitkomt (poolnacht).

Precessie van de aardas. Ten opzichte van de sterren verandert de positie van de aardas. De grootste beweging heet precessie; de aardas beschrijft een kegel met een periode van 25.800 jaar. Over ca. 13.000 jaar staat de poolster daardoor ca. 47 graden van de noordelijke hemelpool en niet er vlakbij zoals nu.


Voor extra uitleg over de aardas. Klik hier.

Gezondheidseffecten van Nikkel
Nikkel is een stof die in het milieu alleen in lage concentraties voorkomt. De meest gebruikte toepassing is het gebruik van nikkel als een onderdeel van staal en andere metaalproducten. Nikkel kan in de meeste metaalproducten, zoals juwelen, gevonden worden. Voedsel bevat van nature kleine hoeveelheden nikkel. Chocola en vetten staan er om bekend dat ze zeer hoge hoeveelheden nikkel bevatten. De opname van nikkel stijgt wanneer mensen grote hoeveelheden groenten eten die van vervuilde bodems afkomstig zijn. Planten staan er om bekend dat ze nikkel opstapelen en als gevolg daarvan is de opname van nikkel door planten aanzienlijk. Rokers krijgen tijdens het roken een behoorlijke hoeveelheid nikkel binnen. Nikkel kan ook gevonden worden in afwasmiddelen. Mensen kunnen blootgesteld worden aan nikkel door lucht in te ademen, water te drinken, voedsel te eten en sigaretten te roken. Ook huidcontact met nikkelverontreinigde bodem of water kan resulteren in blootstelling aan nikkel. In kleine hoeveelheden is nikkel essentieel voor het menselijk lichaam, maar wanneer de opgenomen hoeveelheid te groot is, kan het een gevaar zijn voor de menselijke gezondheid.
Een opname van te grote hoeveelheden nikkel kan de volgende gevolgen hebben:
  1. Een verhoogde kans op de ontwikkeling van longkanker, neuskanker, strottenhoofdkanker en prostaatkanker
  2. Misselijkheid en duizeligheid treden op na de blootstelling aan nikkelgas
  3. Longembolie
  4. Uitvallen van de ademhaling
  5. Geboorteafwijkingen
  6. Astma en chronische bronchitis
  7. Allergische reacties zoals huiduitslag, vooral van juwelen
  8. Hartstoornissen

Nikkeldampen irriteren het ademhalingsstelsel en kunnen longontsteking veroorzaken. Blootstelling aan nikkelverbindingen kan resulteren in de ontwikkeling van een vorm van dermatitis die bekend staat als "nikkel jeuk" in overgevoelige mensen. Het meest voorkomende symptoom is jeuk. Jeuk houdt meestal zeven dagen aan tot dat de huid barst. De eerste barsten zijn wondjes, maar deze kunnen veranderen in zweren. Zodra iemand gevoelig is voor nikkel zal dit niet veranderen.

Milieueffecten van Nikkel
Nikkel wordt losgelaten in de lucht door warmte krachtcentrales en afvalverbranders. Daarna daalt het neer op de grond of slaat neer nadat het gereageerd heeft met regendruppels. Het duurt meestal een tijdje voordat nikkel uit de lucht wordt verwijderd. Nikkel kan ook in het oppervlaktewater terecht komen, wanneer het onderdeel is van afvalwaterstromen.
Het grootste deel van nikkelmengsels die losgelaten worden in het milieu, adsorberen aan sediment of bodemdeeltjes en worden immobiel. In zure grond echter, wordt nikkel meer mobiel, en spoelt het vaak uit in het grondwater.
Er is niet zoveel informatie beschikbaar over de effecten van nikkel andere organismen dan mensen. Het is bekend dat hoge nikkelconcentraties op zandige gronden planten kunnen beschadigen en dat hoge nikkelconcentraties in oppervlaktewateren de groeiratio van algen kunnen verkleinen. Micro-organismen kunnen ook te lijden hebben onder een groeiafname wegens de aanwezigheid van nikkel, maar zij ontwikkelen doorgaans na een tijdje een resistentie tegen nikkel.
Voor dieren is nikkel in kleine hoeveelheden een essentieel voedselbestanddeel. Maar nikkel is niet alleen goed, het wordt gevaarlijk wanneer de maximaal toelaatbare waarden worden overschreden. Dit kan verschillende vormen kanker in het lichaam van dieren veroorzaken, met name bij dieren die nabij raffinaderijen leven. Nikkel kan niet accumuleren in planten of dieren, daarom zal het ook niet ophopen in voedselketens.

Gezondheidseffecten van IJzer
IJzer is een onderdeel van vlees, aardappelen en groenten. Het menselijk lichaam neemt ijzer sneller op vanuit dierlijke producten dan vanuit plataardige producten. IJzer kan verschillende ziekten veroorzaken wanneer het in weefsel terechtkomt en daar aanwezig blijft. Chronische inademing van hoge concentraties ijzeroxide dampen of aerosolen kan resulteren in de ontwikkeling van een venijnige vorm van longontsteking, welke bij röntgenfoto's kan worden waargenomen. Men denkt deze ontsteking niet de opbouw van de longen veranderd. Inademing van hoge concentraties ijzer kunnen het risico op longkanker verhogen bij beroepsblootstelling aan long carcinogenen. LD50 (oraal, rat) = 30 mg/kg. (LD50 = dosis waarbij 50% van de proefdieren in een laboratorium overlijden door alle vormen van blootstelling, behalve inademing.)

De dichtheid of soortelijke massa
Van een materiaal is in de natuur- en scheikunde een grootheid die uitdrukt hoeveel massa van dat materiaal aanwezig is in een bepaald volume. Vaak wordt nog de verouderde (maar foutieve) term soortelijk gewicht gebruikt.
Traditioneel duidt men dichtheid aan met de Griekse letter ρ (rho). De formule van dichtheid is:

p = m gedeeld door V

In deze formule drukt m de massa en V het volume uit.

In het Système International wordt dichtheid uitgedrukt in kilogram per kubieke meter (kg/m³), maar de oudere eenheid (uit het cgs-systeem) gram per kubieke centimeter (g/cm³) wordt meer gebruikt. De omzetting is: 1000 kg/m³ = 1 g/cm³.
Men tabelleert de dichtheid van een stof meestal bij een bepaalde temperatuur en druk omdat bij verandering daarvan de dichtheid ook verandert. Van de elementen kan de dichtheid flink uiteen lopen. Osmium en iridium bijvoorbeeld hebben de grootste dichtheden (ca. 22 590 kg/m³) en waterstof de kleinste (0,08988 kg/m³). Hiertussen bevinden zich onder meer goud (19 200 kg/m³), lood (11 300 kg/m³) en water (1000 kg/m³, per definitie bij 4 graden Celsius).


De magnetische inclinatie
Is de hoek die de naald van een kompas in verticale richting met het aardoppervlak maakt. Deze hoek hangt af van de breedtegraad waarop men zich bevindt omdat bij de evenaar de veldlijnen vrijwel evenwijdig aan het aardoppervlak verlopen, maar naar de pool toe steeds meer naar beneden naar de aarde wijzen. In een kompas wordt deze 'duik'-neiging meestal gecompenseerd door het aanbrengen van een klein gewichtje. De inclinatie moet niet verward worden met de magnetische declinatie die een zijdelingse afwijking veroorzaakt.


Voor extra uitleg over magnetishe declinatie. Klik hier.

DE AARDE
De aarde is één van de van het planetenstelsel van de . De is de studie van de geologie van de buitenaardse hemellichamen.


Gegevens over de aarde
De aarde bestaat al meer dan 4.5 miljard jaar. Met het ontstaan van een harde korst, meer dan 3.8 miljard jaar geleden, ontstaan er omstandigheden, waarin men van geologie kan spreken.

De aarde is niet zuiver bolvormig, maar is aan de polen een beetje . Door de omwenteling () om de (denkbeeldige lijn door N- en Z-pool) heeft ze de vorm van een (afgeplatte bol).
  1. de vaste aarde heeft een van 6370 km;
  2. de omtrek langs de is 40.075 km. De equatoriale diameter is 43 km langer dan de as door de polen;
  3. de massa van de aarde is ca. 5,9722×1024 kg, het volume 1 biljoen kubieke kilometer (1,08321*1012 kubieke kilometer);
  4. het totale aardoppervlak is ruim 510 miljoen km².


    De aarde bestaat uit:
  1. de - straal ca. 3470 km, waarin een binnenkern met een straal van ca. 1600 km.
  2. de - dik ca. 2900 km. Men onderscheidt wel een binnenmantel van 2290 km dik en een buitenmantel van 630 km dik.
  3. de - onder de continenten enkele tientallen km dik, gemiddeld ca.35 km; onder de oceanen dunner, ca. 5-10 km.


De grens tussen mantel en korst heet het van Mohoroviçic of kortweg Moho.

De van de mantel varieert van 3,2 tot 5,7 g/cm3. Daar de gehele aarde een dichtheid heeft van ca. 5,515 g/cm3 moet de kern een dichtheid hebben van ca. 11,00 g/cm3, de kern is van zwaar materiaal en bestaat, uit nikkel en ijzer. Het binnenste deel van de kern bestaat waarschijnlijk uit . Het buitenste deel van de kern, die uit bestaat, veroorzaakt vermoedelijk het (magneetveldveld van de aarde).



Er bestaat een magnetische Noordpool en een geografische Noordpool. Een magneetnaald, die naar de magnetische N.pool wijst heeft een () is de hoek met de horizontaal en een () is de hoek tussen de horizontaal is de richting van de magnetische Noordpool en de geografische Noordpool.

De magnetische Noordpool verplaatst zich met een snelheid van enkele km per jaar.
Behalve deze verplaatsing kunnen er ook ompolingen (omkeringen van de polariteit) plaatsvinden, d.w.z. de Noordpool en de Zuidpool verwisselen van plaats.
Deze verschijnselen spelen een rol bij geologische en archeologische dateringen.
Paleomagnetisme is het magnetisme op een bepaald moment in het geologische verleden. Het paleomagnetisch veld kan worden gemeten aan enkele magnetische mineralen, zoals magnetiet, ilmeniet, pyrrhotien en haematiet.

De temperatuur in de aarde neemt met de toe. Deze toename over een bepaalde diepte heet de . In W.Europa is deze ca. 3° C per 100 m.

Het buitenste deel van de aarde, dat uit gesteente bestaat heet de . Lithos = steen. Waar zich oceanen bevinden spreekt men van de . Gesteenten bedekt met zeewater zijn gesteenten, die onder ijs zijn gesteenten.