POPULATIE Een populatie is een groep organismen van dezelfde soort die niet in tijd of plaats van elkaar gescheiden zijn en dus (theoretisch) met elkaar kunnen voortplanten, alle zich potentieel onderling voortplantende individuen van die soort in een habitat.
De grootte van populatie varieert in de loop van de tijd, maar lijkt op de lange duur om een bepaald evenwicht te schommelen. De populatiegrootte hangt af van:
de vruchtbaarheid en geboorten: het aantal nakomelingen of eieren per vrouwelijk individu.
de mortaliteit, de afname van het aantal individuen in een tijdseenheid door sterfte.
de migratie: de uitwisseling van individuen tussen populaties van een soort, te weten.
immigratie: het zich vestigen in een populatie in een ander gebied.
emigratie: het zich vestigen uit een populatie in een ander gebied.
Veel van deze factoren zijn afhankelijk van de populatiedichtheid en worden gereguleerd door biotische factoren als de aanwezigheid van voedsel, de aanwezigheid van predatoren, het voorkomen van ziekten en van abiotische factoren als minimum en maximumtemperatuur, regenval, duur van sneeuwbedekking.
VRUCHTBAARHEID Vruchtbaarheid, fertiliteit, fecunditeit of voortplantingscapaciteit is het vermogen van een organisme – een dier of plant – om zich geslachtelijk voort te planten. Hiertegenover staat onvruchtbaarheid.
Algemeen
De populatieomvang wordt bepaald door het geboorteoverschot (het verschijnsel dat in een gebied in een bepaalde periode het aantal geboorten structureel hoger ligt dan het aantal sterfgevallen) en het emigratieoverschot (Het verschil tussen vestiging (immigratie) en vertrek (emigratie) pakt uit in het `voordeel` van de immigratie).. Hoewel alle recente organismen in potentie in staat zijn zich voort te planten met een snelheid die minstens gelijk is aan de snelheid waarmee individuen van de soort te gronde gaan (anders waren ze al uitgestorven, net zoals de organismen die daartoe niet in staat waren) verschilt het aantal mogelijke nakomelingen per cyclus en de daarvoor benodigde generatietijd enorm. Bacteriën hebben geen geslachtelijke voortplanting, dus er kan niet gesproken worden van vruchtbaarheid. Bacteriën kunnen zich onder gunstige omstandigheden elke 20 minuten delen, en dus hun aantal verdubbelen. Grote zoogdieren zoals walvissen, olifanten en de mens hebben voor een populatieverdubbeling 10 tot 20 jaar nodig.
De vruchtbaarheid van de man hangt samen met de hoeveelheid zaadcellen in het spermavocht, of ze correct gevormd zijn en met de activiteit van deze zaadcellen, of ze beweeglijk zijn of niet. Samen is dit de kwaliteit van het sperma. Zelfs bij een zeer vruchtbare man zijn lang niet alle zaadcellen beweeglijk genoeg om een bevruchting tot stand te brengen. Bij de vrouw rijpt vanaf de puberteit eenmaal per menstruatiecyclus van ongeveer 4 weken één eicel, die gedurende een periode van ongeveer 24 uur bevrucht kan worden. Mocht er geen bevruchting volgen, dan wordt alles wat als voorbereiding is opgebouwd weer afgebroken. Dit resulteert in de menstruatie. Menselijke vruchtbaarheid of fertiliteit is het vermogen van een mens om zich geslachtelijk voort te planten. Hiertegenover staat het begrip "onvruchtbaarheid".
Vruchtbaarheid van de man
Bij mannen worden vanaf de puberteit in de testis dagelijks vele miljoenen zaadcellen gemaakt. Deze worden in de bijbal opgeslagen totdat ze bij een ejaculatie worden uitgestoten. Slechts een gedeelte van de zaadcellen (verschillende getallen van 30-50% worden genoemd) komen tot een complete rijping, de rest wordt lokaal afgebroken en door het weefsel opgenomen. Zaadcellen worden slechts enkele weken opgeslagen, daarna worden ze in de bijbal afgebroken. De vruchtbaarheid van de man hangt samen met de hoeveelheid zaadcellen in het spermavocht, of ze correct gevormd zijn en met de activiteit van deze zaadcellen (of ze beweeglijk zijn of niet). Samen wordt dit vaak gevat onder de term kwaliteit van het sperma. Zelfs bij een zeer vruchtbare man zijn lang niet alle zaadcellen beweeglijk genoeg om een bevruchting tot stand te brengen. Er zijn de laatste decennia onderzoeken gedaan waaruit zou blijken dat de kwaliteit van het sperma van de gemiddelde man naar beneden gaat. Het is niet precies duidelijk of dit inderdaad een reële waarneming is en zo ja, wat de oorzaak is. Vermoed wordt dat door de mens gemaakte chemische stoffen in het milieu verantwoordelijk zijn voor deze afgenomen vruchtbaarheid. Sommige van die stoffen lijken in hun structuur op vrouwelijke hormonen. Een van die stoffen is nonylfenol, een stof die in verven, pesticiden en schoonmaakmiddelen voorkomt, en die vrijkomt bij de productie van papier en textiel. Sommige natuurlijke substanties hebben een gelijkaardige werking, zoals genisteïne uit soja en andere groenten, en 8-prenylnaringenine uit hop. Naast de kwaliteit van het sperma speelt uiteraard ook het verdere functioneren van de geslachtsorganen een belangrijke rol bij de vruchtbaarheid.
Vruchtbaarheid van de vrouw
De vrouwelijke geslachtscellen, de eicellen, zijn bij de geboorte in een onrijpe toestand allemaal aanwezig. Vanaf de puberteit rijpt één maal per menstruatiecyclus van ongeveer 4 weken één eicel, die gedurende een periode van ongeveer 24 uur bevrucht kan worden. De rijping wordt door hormonen gecontroleerd en gestuurd die ook de baarmoeder beïnvloeden, zodat die bereid is om de eventuele zygote te ontvangen. Mocht er geen bevruchting volgen, dan wordt alles wat als voorbereiding is opgebouwd weer afgebroken. Dit resulteert in de menstruatie.
Fertiliteitsonderzoek
Een fertiliteitsonderzoek is in Nederland geïndiceerd als er geen zwangerschap is ontstaan na één jaar onbeschermd seksueel contact. Men spreekt dan van verminderde vruchtbaarheid of subfertiliteit. Een basisonderzoek bestaat uit verschillende onderdelen met als doel het opsporen van stoornissen die het ontstaan van een zwangerschap in de weg kunnen staan. Na de anamnese zullen zowel karakteristieken van de man als van de vrouw worden onderzocht. Bij de man worden de eigenschappen van het sperma onderzocht middels een semenanalyse. Bij de vrouw wordt gekeken naar de aanwezigheid van een eisprong door op vaste dagen in de cyclus bloed af te nemen, en naar de eigenschappen van het slijm van de baarmoederhals en de doorgankelijkheid van de eileiders. Het fertiliteitsonderzoek is een combinatie van beeldvormende technieken (echoscopie) en bloedonderzoek. Op een vast moment van de cyclus wordt bloed afgenomen voor onderzoek.
Met behulp van inwendige echoscopie wordt gekeken of er een reserve is van follikels en of de rijping goed verloopt.
Rijping van follikels: Op dag 4 van de cyclus wordt het gehalte Follikelstimulerend hormoon (FSH) in het bloed bepaald als maat voor de rijping van de nieuwe follikel.
Eisprong: Gedurende een periode waarin twee tot drie menstruaties plaatsvinden kan thuis een basale temperatuurcurve worden bijgehouden. Elke dag moet dan de temperatuur worden gemeten. Een stijging van 0,3 tot 0,5°C is een aanwijzing dat er een eisprong is geweest.
Ook met bloedonderzoek kan dit worden aangetoond door op dag 20 van de cyclus het gehalte progesteron te bepalen. Indien dit meer dan 16 nmol/L is, is dat een aanwijzing dat er een eisprong heeft plaatsgevonden. De eisprong vindt meestal 14 dagen voor de menstruatie plaats. Het eerste gedeelte van de cyclus kan variëren in lengte. Of er een eisprong heeft plaatsgevonden is dus alleen achteraf vast te stellen. Een normale cyclus duurt minimaal 21 en maximaal 42 dagen, met een gemiddelde van 28 dagen.
Verkleving van de eileiders: Om uit te sluiten dat een verminderde vruchtbaarheid veroorzaakt wordt door een doorgemaakte chlamydiainfectie wordt nagegaan of er antistoffen gericht tegen chlamydia aantoonbaar zijn.
Vervolgonderzoek
Bij afwijkende uitslagen kan een vervolgonderzoek worden ingezet wat bestaat uit een postcoitumtest (PCM) of een SPM-test. Bij de PCM-test wordt de ochtend na de coïtus bij de vrouw baarmoederslijmvlies afgenomen om te bepalen of zaadcellen in staat zijn geweest het slijmvlies van de vrouw binnen te dringen en te overleven. Een vergelijkbare test maar dan in het laboratorium uitgevoerd is de SPM-test. Bij deze test worden spermacellen toegevoegd aan slijmvlies dat bij de vrouw is afgenomen. Vervolgens wordt na een half uur en na 2 uur nagegaan wat de afstand is die de spermacellen hebben afgelegd in het afgenomen slijmvlies. Daarnaast kan hormonaal onderzoek worden ingezet als het vermoeden bestaat dat er afwijkingen zijn in de productie van TSH, prolactine of testosteron.
Oorzaken subfertiliteit
Bij ongeveer 3 op de 10 paren ligt de oorzaak van het uitblijven van een zwangerschap bij de vrouw, bij 3 op de 10 bij de man, en bij weer 3 op de 10 bij beiden. Bij 1 op de 10 paren wordt uiteindelijk geen oorzaak gevonden. De leeftijd van de vrouw is een zeer belangrijke factor bij het wel of niet zwanger raken.
GEBOORTECIJFER In de demografie is het bruto geboortecijfer (of de bruto nataliteit) van een bepaalde bevolkingsgroep het aantal bevallingen per 1000 personen per jaar. Dit cijfer varieert naargelang het land en het jaartal tussen ongeveer 6,5 en 48 geboorten/1000 inwoners. België en Nederland hebben een zeer laag geboortecijfer: in België bedroeg het 11,3 geboorten/1000 inwoners in 2018, in Nederland 10,8 geboorten/1000 inwoners. Het geboortecijfer wordt ook soms gebruikt om te verwijzen naar het gemiddelde aantal kinderen dat een vrouw baart gedurende haar leven. Correcter is om in dat geval te spreken over het totale geboortecijfer.
Europa
Het geboortecijfer is in Europa sinds de tweede helft van de jaren 1960 sterk afgenomen. Factoren die hierbij een rol spelen, zijn:
onderwijs tot op latere leeftijd van kind en moeder
de perceptie dat de kost om kinderen op te voeden ten koste gaat van de rijkdom van de ouders, ondanks de toegenomen welvaart.
De laatste grote geboortegolf in West-Europa vond plaats in de periode 1945-1950; in België en Nederland duurde deze voort tot aan 1965. Deze periode is ook wel bekend onder de Engelse naam babyboom.
Geboorteoverschot
Het geboorteoverschot van een land of een bepaald gebied is het verschil tussen het aantal levend geboren kinderen en het aantal sterfgevallen per 1000 inwoners. In landen met een hoog geboortecijfer kan dit geboorteoverschot 40 ‰ bedragen, maar het kan ook negatieve waarden aannemen. Dit doet zich sinds het einde van de 20e eeuw voor in vele Europese landen. Zo bedroeg het geboorteoverschot van West-Duitsland in 1979 -2,1 ‰. In dat geval spreekt men van denataliteit.
Beïnvloeding
Sommige overheden proberen het geboortecijfer te beïnvloeden (nataliteitspolitiek).
Manipulatie
Dictatoriale regimes hebben daarbij omstreden middelen gebruikt of doen dat nog steeds. Zo kende China van ongeveer 1980 tot 2015 een eenkindpolitiek om de bevolkingsgroei terug te dringen, terwijl onder het bewind van Nicolae Ceaușescu in Roemenië het geboortecijfer juist opgestuwd werd na de uitvaardiging van decreet 770. Berucht is ook het nazibeleid in deze, dat doorspekt was van racisme en het streven naar een arischLebensraum waartoe grote gebieden veroverd en gekoloniseerd moesten worden. Teneinde daarvoor arischeübermenschen te kweken werd het Lebensborn-project opgericht en kregen moeders van grote gezinnen onderscheidingen.
MORTALITEIT Mortaliteit is de sterfte in een bepaalde periode, aangegeven in relatie tot het aantal individuen in de populatie waarover het gaat. Bij mensen wordt door medici meestal de jaarlijkse sterfte onder de bevolking aan een veel voorkomende ouderdomskwaal uitgedrukt in een jaarlijks aantal sterfgevallen per 1.000, 10.000 of 100.000 inwoners. In het geval van de sterfte aan een bepaalde infectieziekte wordt de prevalentie meestal uitgedrukt in het aantal ziektegevallen per 1.000 of 100.000 inwoners, en de jaarlijkse mortaliteit in het aantal sterftegevallen per 100.000 inwoners. Bij hoge sterfte in een bepaalde groep of na een catastrofe, zoals na een zware aardbeving, hongersnood of overstroming, kan in ernstige gevallen de dagelijkse of wekelijkse mortaliteit in procent of promille uitgedrukt worden. Bijvoorbeeld van alle mensen die een bepaalde ziekte krijgen, van proefdieren in een experiment (zie ook LD50), of van nakomelingen in een veestapel in de eerste levensweek. Sinds 1968 wordt de micromort gebruikt om mortaliteit uit te drukken. De grootte van een populatie wordt bepaald door vruchtbaarheid (die weer mede afhankelijk zijn van geslachtsverhouding en leeftijdsopbouw), sterfte, mortaliteit en migratie (immigratie en emigratie).
MENSELIJKE MIGRATIE Menselijke migratie is de verplaatsing van groepen mensen van de ene plaats naar de andere. De mensheid is ontstaan in een beperkt gebied of hooguit in enkele gebieden. Door de millennia heen zijn mensen gemigreerd en zo is de mensheid over de gehele aarde verspreid geraakt. Volksverplaatsingen vinden nog steeds plaats in de moderne tijden.
Vormen
Migratie wordt veelal gezien als permanent, maar ook nomadisme en seizoensgebonden migratie zoals transhumance vallen hieronder. Forensisme (pendelen tussen werk en huis) kan ook gezien worden als een vorm van migratie.
Iemand die migreert wordt een migrant genoemd. Men kent de volgende soorten migranten:
gedeporteerde: gedwongen verplaatsing van mensen, vaak onder dwang in grote groepen naar straf-, werk- of concentratiekampen, of naar nieuwe woongebieden
Grote Volksverhuizing: het binnendringen van meerdere stammen in het Romeinse Rijk tussen de 4e en de 6e eeuw
Middeleeuwen
Invasies in Europa (793-1000): de grootste migraties sinds de Grote Volksverhuizing, in de eeuwen voor de Frankische periode, in de 9e en de 10e eeuw. De Hongaren of Magyaren belegerden de oostgrenzen van Europa, de Saracenen de Middellandse Zeekusten en de Noormannen of Vikingen belaagden de noordelijke en Atlantische kusten. De kolonies van de Vikingen zouden bovendien uitgroeien tot sterke, onafhankelijke staten in het Europa van de Vroege Middeleeuwen
16e-18e eeuw
De trans-Atlantische slavenhandel waarin slaven van Afrika naar Amerika gebracht werden. Deze bereikte zijn hoogtepunt in de 18e en 19e eeuw en geldt als de grootste gedwongen migratie uit de geschiedenis
De Trail of Tears, de gedwongen westwaartse herplaatsing in 1838 van de Ahniyvwiya (Cherokee). Bij uitbreiding wordt de term ook gebruikt voor de deportatie van andere inheemse volken binnen de Verenigde Staten
De Armeense Genocide, waarbij de gezonde mannen gedood werden en alle overigen gedeporteerd werden, tot in de Syrische Woestijn. Dit kostte een tot anderhalf miljoen mensen het leven. En de deels vergelijkbare Griekse Genocide, waarbij een half tot een miljoen mensen omkwamen
deportatie van het "antisovjet"-deel van de bevolking, vaak "vijanden van het proletariaat" genoemd
deportatie van naties, arbeidskrachtverhuizingen
georganiseerde migraties in tegengestelde richtingen om etnisch gezuiverde gebieden te herbevolken
Internationale Organisatie voor Migratie: een intergouvernementele organisatie met een hoofdkantoor in Genève, met het doel om ontheemden in Europa in de naoorlogse jaren terug te begeleiden naar huis
de etnische zuivering van Duitse staatsburgers uit de voormalige officiële vooroorlogse oostelijke provincies van Duitsland, welke in 1945 aan het einde van de Tweede Wereldoorlog in Europa door Polen werden geannexeerd
uit andere delen van Midden- en Oost-Europa, waar tussen 1945 en 1949 een etnische zuivering plaatsvond van Duitstalige minderheden (Volksduitsers) uit de Sovjet-Unie, Tsjecho-Slowakije, Roemenië, Hongarije en Joegoslavië
Ecuador werd in 2008 het eerste land ter wereld dat migratie als een grondrecht opnam in de grondwet. Het ministerie van Buitenlandse Zaken voert de naam Ministerio de Relaciones Exteriores y Movilidad Humana (MREMH - Sp. Ministerie voor Buitenlandse
IMMIGRATIE Immigratie is het zich vestigen in een ander land of gebied. Een immigrant is een inkomend landverhuizer. In tegenstelling tot een toevallige bezoeker of reiziger wenst een immigrant zich voor langere tijd in het land te vestigen. De immigratie betekent "in-migratie" in een land, en is het omgekeerde van emigratie, hetgeen "weg-migratie" betekent. Om de instroom van immigranten sociaal-economisch in goede banen te leiden ontwikkelt elk land zijn eigen migratiebeleid. Dit beleid bepaalt hoe het land omgaat met de immigranten, hoeveel er worden toegelaten en aan welke eisen iemand moet voldoen om het land binnen te mogen.
Redenen voor immigratie
In het algemeen worden mensen beschouwd als immigrant als zij meer dan een jaar in het nieuwe land blijven. Mensen immigreren om verschillende redenen:
sentimentele motieven (dat wil zeggen, de persoonlijke voorkeur om zich in een bepaald land te vestigen)
familiehereniging
criminaliteit
psychologische motieven (zoals meer rust, minder drukte)
Vaak zijn de redenen om te migreren niet eenduidig. Er kunnen immers meerdere oorzaken aan de basis liggen van de wens om te migreren. Zo kan oorlog bijvoorbeeld de eigenlijke oorzaak zijn van economische problemen die een individu doen zoeken naar een beter economisch bestaan, kan ook familie-hereniging economisch gemotiveerd zijn of kan het sentiment ervoor zorgen dat men specifiek op zoek gaat naar een baan in een bepaald land.
Vluchtelingen
Een specifieke groep immigranten zijn vluchtelingen. Op basis van het asielrecht kunnen zij een verblijfsvergunning aanvragen in het land waarheen zij wensen te emigreren. Veel westerse landen verlenen asielzoekers enkel politiek asiel. Dat wil zeggen dat bij de asielaanvraag economische motieven van vluchtelingen niet in aanmerking worden genomen, maar enkel politieke vervolging of oorlogsgeweld. Zie ook Fedasiel. Klik hier.
Nationale reacties op immigratie
Immigratie is in heel wat landen een controversiële kwestie. Verschillende staten houden zich dan ook het recht voor immigratie te beperken. Dit wordt gewoonlijk gerechtvaardigd op economische gronden met het argument dat vele arbeidskrachten uit landen met een veel lagere levensstandaard de lonen drukken en de levensstandaard van de natie zouden verminderen. Soms is de rechtvaardiging voor het beperken van immigratie cultureel. De laatstgenoemde wordt het sterkst gehoord in homogene Europese naties waar het burgerschap lang aan een persoon gebonden werd en die diepe historische wortels heeft. De West-Europese naties, Japan, en andere landen vragen zich weleens af wat immigratie voor gevolgen heeft voor hun nationale cultuur, vooral wanneer veel immigranten van een andere cultuur afkomstig zijn. De immigratie in Europese landen heeft een lange traditie, hoewel tot de jaren 70 en de jaren 80 de niveaus vrij bescheiden waren. De latere groei van immigratie heeft geleid tot de ontwikkeling van politieke partijen in Europa die zich vooral profileren op het beperken van immigratie. In Hongkong is de bevolkingstoename toe te schrijven aan nieuwe immigranten van vasteland van China, terwijl de natuurlijke groei negatief is. Begin 21ste eeuw moedigen vijf landen in de wereld actief, maar wel selectief, immigratie aan: De Verenigde Staten, Israël, Canada, Nieuw-Zeeland, en Australië. Deze naties beperken wel het aantal immigranten, maar in het grootste deel van deze landen (exclusief de Verenigde Staten) is de bevolkingstoename bijna volledig toe te schrijven aan het vrij hoge niveau van immigratie. Veel andere landen laten immigratie in bijzondere gevallen toe, bij voorbeeld om vacatures te vervullen waarvoor de vaardigheid niet plaatselijk beschikbaar is, voor rijke investeerders of bedrijfsleiders, in gevallen van huwelijk, veelvoudig burgerschap of asiel, of in het kader van multilaterale overeenkomsten zoals binnen de Europese Unie of tussen Nieuw-Zeeland en Australië. Migratie binnen een staat met grote interne diversiteit (bijvoorbeeld India, Indonesië) kan tot vergelijkbare spanningen leiden als migratie over staatsgrenzen heen.
Verschillende perspectieven op immigratie
Sommige vrije-markt-liberalen geloven dat een vrije globale arbeidsmarkt zonder beperkingen op immigratie uiteindelijk de globale welvaart zal verhogen, andere menen dat zolang er nog grote verschillen zijn tussen hoge- en lagelonenlanden, immigratie slechts op basis van invitatie zou moeten plaatsvinden (door middel van een particulier of corporate contract). Eveneens zijn er anarchisten die geloven de nationale grenzen niet legitiem zijn. Aan de tegenovergestelde kant van de kwestie zijn er nationalisten die voorstellen grenzen te bewaken en een protectionistische en gesloten arbeidsmarkt verkiezen, en xenofoben die de aanwezigheid van vreemdelingen vrezen. Sommige naties, zoals Japan, staan weinig of geen immigratie toe, met als argument dat 'Japan een homogene samenleving heeft', wat men kennelijk het liefst zo wil houden. Traditioneel gezien houdt Japan zijn arbeidsimmigranten aan hun tijdelijke contracten en eist of verzorgt het land de terugkeer van deze mensen naar hun land van herkomst. Japan zoekt echter wegens zijn dreigende bevolkingskrimp landen met een vergelijkbare cultuur om zijn bevolking enigszins aan te vullen; zo nodigde de Japanse regering in 2010 Turkse burgers uit om zich permanent te vestigen in het land, om zo de achteruitgang van de Japanse industrie te voorkomen. In landen die immigratie toestaan is er meningsverschil over de aantallen, het beleid, en de implementatie. immigratie is de laatste jaren een meer en meer controversieel onderwerp onder milieuactivisten geworden, vooral binnen de Sierra Club in de Verenigde Staten. Sommige milieudeskundigen die de gevolgen van overbevolking bestudeerd hebben, keuren het beperken van immigratie goed als bestrijding van plaatselijke bevolkingsdruk, terwijl anderen stellen dat de overbevolking een globaal probleem is dat met andere methodes zouden moeten worden aangepakt.
EMIGRATIE Emigratie is de handeling waarbij mensen hun geboorteland verlaten om zich in het buitenland te vestigen. Wanneer het gaat om de (historische) grootschalige emigratie van Europeanen naar populaire bestemmingen als de Verenigde Staten, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland, wordt ook wel gesproken van landverhuizing, al kan dat begrip in ruimere zin ook betrekking hebben op immigratie.
Redenen
Er zijn verschillende redenen tot menselijke migratie. Vaak zijn dat politieke of economische redenen. Soms heeft de betrokkene een partner in het buitenland gevonden en emigreert de persoon om bij zijn partner te kunnen zijn. Veel emigranten die om politieke of economische redenen emigreren, vertrekken samen met hun gezinnen naar gebieden waar ze vrede of betere kansen op een baan hopen te vinden; zaken die voor hen in hun land van herkomst niet mogelijk zijn. Door de geschiedenis heen is een groot deel van de emigranten uiteindelijk weer geremigreerd, teruggekeerd naar hun land van herkomst, vaak nadat zij genoeg geld hadden verdiend in het nieuwe land. Soms zijn er grote culturele verschillen tussen het land van herkomst en het nieuwe land, waardoor de emigranten zich niet thuis voelen maar zich altijd 'gast' blijven voelen. Als reactie daarop hangen emigranten soms erg aan hun oorspronkelijke cultuur, tradities en taal en geven die vaak ook door aan hun kinderen. Het verschil tussen de oorspronkelijke en de nieuwe cultuur kan gemakkelijk leiden tot sociale contrasten, die kunnen resulteren in aanpassingsproblemen voor de 'nieuwkomers', die de geschreven en ongeschreven regels van hun nieuwe land niet kennen. Vaak vormen de emigranten samen hun eigen gemeenschappen binnen het nieuwe land, ook om nieuwkomers te helpen met de integratie.
Belemmeringen
Sommige staten belemmerden en belemmeren emigratie om verschillende redenen. Men ziet liever geen geschoolde krachten vertrekken ('braindrain'). Ideologische en politieke motieven kunnen ook meespelen. Emigratie kan immers gezien worden als 'stemmen met de voeten', en daarmee afdoen aan het beeld van de ideale heilstaat. In een meer nationalistische context kan men emigratie zien als verraad, zo beweerde Bismarck dat 'wie zijn Duitserschap weggooit als een oude jas', voor hem geen Duitser meer was. Veel landen hebben dan ook emigratie van hun onderdanen actief tegengewerkt. Reeds in 1918 kondigden de communistische nieuwe machthebbers van Rusland emigratiemaatregelen af. Tegen 1928 was emigratie uit de Sovjet-Unie vrijwel onmogelijk, en kon men zich door een intern paspoortsysteem slechts met veel formaliteiten en controle van het ene deel van het land naar het andere verplaatsen. In de jaren veertig en vijftig namen de nieuwe Oostbloklanden, Noord-Korea en de Volksrepubliek China dit systeem over. In al deze landen zijn anno 2009 de restricties grotendeels opgeheven, met uitzondering van Noord-Korea. Illegale (door China) teruggestuurde emigranten, worden bovendien zwaar gestraft. Daar waar geen of weinig ontslagbescherming geldt (employment at will, bijvoorbeeld de Verenigde Staten) kan een werkgever besluiten iemand met emigratieplannen zonder meer te ontslaan, daar die persoon immers ook niet meer in de onderneming kan groeien. Hoewel dit geen directe belemmering is, is dit gezien het feit dat iemand van zijn inkomsten wordt afgesneden en emigratie ook geld kost, wel degelijk een indirecte belemmering. Landen die de vrijheid van het individu onderschrijven of die traditioneel immigratielanden zijn, zullen meestal veel minder moeilijk doen over emigratie.
Fiscale maatregelen
Vaak leidt emigratie tot een extra belastingheffing omdat er een latente belastingschuld op belastingvrij opgebouwde vermogensbestanddelen ligt (pensioenrechten, overwaarde op een onderneming of aandelen, etc.). Nederland doet dit in de vorm van een conserverende aanslag, die overigens in principe niet betaald hoeft te worden en na 10 jaar wordt kwijtgescholden. De betreffende landen stellen dat ze hiermee misbruik bestrijden en de samenhang van hun belastingstelsels bewaken. Critici menen echter dat het de landen er om te doen is indirect de emigratie te beletten dan wel te ontmoedigen: dit zou met name gelden voor de economisch sterkeren als (succesvolle) ondernemers en zakenmensen die immers het hardst door fiscale maatregelen worden getroffen. De Weimarrepubliek was hier zelfs zeer direct in: de schrijver Victor Klemperer beschrijft dat emigranten 20% belasting moesten betalen over hun vermogen wegens 'rijksvlucht'.
Ziektekostenverzekering
Veel verzekeraars hanteren een wachttijd (verzekeringen). Dit betekent dat men bij toetreding een bepaalde tijd niet verzekerd is maar wel premies betaalt. Om dit op te vangen kan men een aanvullende ziektekostenverzekering ('brugverzekering') sluiten om de wachttijd te overbruggen.
Remigratie
Hoewel een emigrant in tegenstelling tot een expat het oogmerk heeft niet meer terug te keren, komt het vaak voor dat dit toch gebeurt. Heimwee, niet kunnen aarden in het nieuwe vaderland, of de oude dag in het herkomstland willen doorbrengen zijn veelgenoemde redenen. Ook plotseling verslechterende economische of sociale omstandigheden kunnen ertoe leiden dat men remigreert naar zijn oude vaderland: er is bijvoorbeeld een economische crisis uitgebroken, men kan geen baan (op niveau) krijgen, of er dreigt een (burger)oorlog. Organisaties die emigratie begeleiden raden daarom vaak aan niet alle schepen achter zich te verbranden door bijvoorbeeld de kinderen de moedertaal niet te leren.
Emigranten en expats
Het verschil tussen emigratie en expatriatisme is meestal niet duidelijk te trekken. De expatriate heeft meestal in tegenstelling tot de emigrant niet het oogmerk zich permanent in het buitenland te vestigen. Daarom houdt de expatriate vaak vast aan de normen en waarden uit het eigen land, terwijl de emigrant er eerder toe geneigd zal zijn zich aan te passen aan het nieuwe land. Veel expatriates zijn voor hun werk uitgezonden voor beperkte tijd terwijl emigranten vaak als gevolg van hun emigratie ook van baan moeten wisselen. De grens is echter zeer vaag: emigranten kunnen remigreren na enkele jaren, en expats kunnen besluiten permanent in het nieuwe woonland te blijven.
Kosten
Emigratie kost geld. Men kan denken aan de volgende posten:
Opbouw van middelen om de eerste paar maanden door te komen. Veel emigratielanden stellen bovendien als voorwaarde dat men dit door middel van bijvoorbeeld een bankafschrift kan aantonen, men denke hier aan enkele duizenden tot enkele tienduizenden euro's.
Reiskosten.
Verhuiskosten.
Leges en notariskosten voor legaliseren van nodige documenten.
Eventuele emigratieheffingen, of kosten voor een bankgarantie indien de belastingdienst zekerheidsstelling eist voor de conserverende aanslag.
Kosten voor de koop of huur van een nieuw huis.
Eventuele talencursussen.
Additionele verzekeringen en pensioenen ter voorkoming van verzekerings- en pensioengaten.
Kosten wegens het eventueel moeten liquideren van een deel van de bezittingen, en aanschaf van nieuwe zaken in het aankomstland.
Afkoopkosten en contractuele boetes of schadevergoedingen wanneer men langlopende verplichtingen moet afkopen, boeterente voor eventueel voortijdig beëindigen van de hypotheek.
Indirecte kosten bestaande uit een inkomensval doordat men wellicht (tijdelijk) werk tegen een lager salaris moet accepteren, of hogere levensonderhoudskosten.
Hulp bij emigratie
Omdat emigreren een zeer omvangrijk proces is, kan het soms nuttig zijn een extern bureau in te schakelen: een emigratiebureau. Dit neemt de bureaucratische rompslomp voor zijn rekening en kan de emigrant eventueel helpen met het vinden van een baan of een nieuw huis of tijdelijke woonruimte.
Zie ook. Bevolking België. Klik hier. Tabel van Belgische gemeenten. Klik hier. Structuur van de Belgische bevolking. Klik hier.
Bestudeer eerst bovenstaande cursus. IN ONDERSTAANDE GEGEVENS STAAN ER VAAK HYPERLINKS. KLIK ER OP EN LEES OOK DIE TEKSTEN. ER WORDEN DAAR VRAGEN OVER GESTELD. Combineer een element links met een element rechts. Je kan selecteren uit het uitrolmenu. ALLES VERWERKT? KLIK DAN PAS OP DE TOETS CONTROLEER.
MEN KAN DE OEFENING OOK OPNIEUW MAKEN, DOOR MET DE RECHTERMUISTOETS OP HET SCHERM TE KLIKKEN EN DAN IN HET GEOPENDE VENSTER, INDIEN HET WOORD ER STAAT, TE KLIKKEN OP "VERNIEUWEN"
* Een groep organismen van dezelfde soort die niet in tijd of plaats van elkaar gescheiden zijn en dus (theoretisch) met elkaar kunnen voortplanten, alle zich potentieel onderling voortplantende individuen van die soort in een habitat.
* Een groep organismen van dezelfde soort die niet in tijd of plaats van elkaar gescheiden zijn en dus (theoretisch) met elkaar kunnen voortplanten, alle zich potentieel onderling voortplantende individuen van die soort in een habitat.
* Het aantal individuen van een soort van een populatie die zich bevinden in het onderzochte gebied.
* Een biologische geslachtelijke status bij veel meercellige organismen. Het is het organisme, of deel van een organisme, dat niet-mobiele gameten, de eicellen, produceert.
* In een ecosysteem de organismen van andere soorten die invloed kunnen uitoefenen op het leven en de populatie van een soort.
* Voornamelijk organisch materiaal: materiaal, afkomstig van andere organismen, waaruit heterotrofe organismen hun voedingsstoffen betrekken.
* Als een organisme zijn organische celmateriaal opbouwt uit voedingsstoffen die het betrekt uit organische stoffen, afkomstig van andere organismen spreekt men over.
* In de ecologie is de aanduiding voor een dier of een ander organisme dat zijn prooi actief bejaagt om die te doden een.
* Een tijdelijke lichamelijke of psychische aandoening die een organisme belemmert in het normale functioneren.
* Binnen de ecologie is de term voor een externe milieufactor die geen biologische oorsprong heeft, in tegenstelling tot biotische factoren (organismen). Men onderscheidt primaire milieufactoren en samengestelde factoren, die men zich kan voorstellen als samengesteld uit twee of meer primaire factoren.
* Een onderdeel van de mannelijke geslachtsorganen van een bloem, dat het stuifmeel voortbrengt.
* De structuur die het zaad van een bedektzadige plant omsluit.
* Een afgebakend cluster van sporangia op de onderzijde (abaxiale zijde = de kant van het lichaam, weg van de as, de nerf) of de rand van het blad van varens.
* De mannelijke (haploïde) geslachtscel.
* In ruime zin de door mannelijke dieren geproduceerde vloeistof met zaadcellen.
* De periode waarin kinderen zich tot volwassenen ontwikkelen.
* Een periodieke verandering in het lichaam van de geslachtsrijpe vrouw tussen de puberteit en de menopauze.
* Het vermogen van een organisme – een dier of plant – om zich geslachtelijk voort te planten.
* Behoort tot de fyto-oestrogenen, komt voor in planten zoals soja en vertoont een werking zoals het vrouwelijk hormoon oestrogeen.
* Humulus lupulus een plant uit de hennepfamilie (Cannabaceae), die in Nederland en België in het wild voorkomt, en hier vroeger ook veel geteeld werd.
* Signaalstoffen die door klieren via de bloedbaan aan doelcellen of -organen worden afgegeven.
* Het vrouwelijke orgaan voor de voortplanting van de meeste zoogdieren, waaronder ook de mens.
* Een smaller, buisvormig gedeelte van de baarmoeder dat aan een kant in de vagina eindigt, aan de andere kant overgaat in het baarmoederlichaam (corpus uteri) met daarin de baarmoederholte (cavum uteri).
* Een deel van de geslachtsorganen van de vrouw. Het is een trechtervormig orgaan dat zich met het brede eind over de eierstokken heen buigt, en met het smalle uiteinde in de baarmoeder uitkomt.
* Het geheel van de eicel en de omringende cellagen, die de eicel van voeding voorzien.
* Een algemene naam voor alle bepalingen die worden gedaan in van de patiënt afgetapt bloed.
* Een geslachtshormoon. Het wordt aangemaakt door het corpus luteum tijdens de 2de fase van de menstruatiecyclus en in grotere hoeveelheden door de placenta tijdens de zwangerschap.
* Een sociaal-culturele identiteit met gezamenlijke kenmerken als nationaliteit, erwantschap, religie, taal, fysieke kenmerken, cultuur of geschiedenis en de daaraan ontleende normen en waarden die een groep mensen of een aantal bevolkingsgroepen verbindt.
* Het voorkomen van zwangerschap bij geslachtsgemeenschap.
* Een opvallende toename in het aantal geboorten.
* In de demografie een dermate laag geboortecijfer dat de bevolking veroudert en niet in stand gehouden wordt.
* De opvatting dat er menselijke rassen te onderscheiden zijn met daaraan gerelateerde verschillen in karaktereigenschappen, fysieke capaciteiten en geestelijke vermogens waarbij het eigen ras superieur zou zijn aan andere rassen.
* Een term die de verhouding aangeeft van mannen ten opzichte van een aantal vrouwen.
* Het geheel der sterfgevallen, maar wordt ook gebruikt voor individuele sterfgevallen.
* De verplaatsing van groepen mensen van de ene plaats naar de andere.
* De verticale verplaatsing van vee, typisch voor hoger gelegen weiden in de zomer en lager gelegen dalen in de winter.
* Het proces van het heen en weer reizen tussen de woongemeente en de werkgemeente.
* De handeling waarbij mensen hun geboorteland verlaten om zich in het buitenland te vestigen.
* Het zich vestigen in een ander land of gebied.
* De permanente terugkeer van geëmigreerde mensen naar het geboorteland.
* Het verhuizen van een bevolkingsgroep als geheel.
* Iemand die zijn woongebied is ontvlucht uit vrees voor geweld of zijn leven.
* Een burger die door krijgshandelingen zich buiten zijn thuisland bevond, en die zonder hulp daar niet naar terug kon keren, of die zich in een ander land moest vestigen omdat de terugkeer naar zijn oorspronkelijke woonplaats onmogelijk was geworden.
* Mensen die uit hun woonplaats of land vluchten omdat zij getroffen zijn door de gevolgen van klimaatverandering, veroorzaakt door de menselijke opwarming van de aarde.
* Een gedwongen verplaatsing van mensen.
* De seizoensgebonden migratie van personen met hun vee tussen vaste zomer- en wintergebieden in de Alpen.
* Een immigrant die toestemming heeft om in een land te werken op grond van haar of zijn technische of wetenschappelijke kennis.
* Een migrant die zijn of haar laatste jaren doorbrengt op een andere plaats dan waar ze tijdens hun werkzame leven woonden.
* Een vorm van migratie waarbij men af en toe weer teruggaat naar de plek waar men vandaan kwam, en daarna weer terug.
* Het binnendringen van meerdere stammen in het Romeinse Rijk tussen de 4e en de 6e eeuw.
* De term Sarakenoi werd al door klassieke schrijvers in de 1e eeuw gebruikt voor een Noord-Arabisch volk dat zich lange tijd verzette tegen de Oost-Romeinse keizers en zich al vroeg (8e eeuw) bekeerde tot de islam.
* De handel in slaven uit Afrika naar Amerika, bedreven door Europeanen.
* De gedwongen herplaatsing van de Ahniyvwiya (Cherokee) naar het westen van de Verenigde Staten in 1838, wat resulteerde in de dood van naar schatting 4000 Cherokee.
* De periode van voedselschaarste die Ierland tussen 1845 en 1850 trof.
* Wordt gebruikt voor die landen waar de productie van goederen (veel) goedkoper kan worden gedaan dan in West-Europese of Amerikaanse landen, doordat de loonkosten beduidend lager liggen dan in de westerse maatschappij.
* Het streven naar een situatie of samenleving waarin mensen zonder een hogere macht of autoriteit leven.
* Een irrationele en/of obsessieve angst voor vreemden, buitenlanders of buitenlandse voorwerpen/zaken.
* Het socialisatieproces van acculturatie waarbij leden van een niet-dominante groep zich mengen met de dominante groep, maar daarnaast contact onderhouden met de andere leden van de eigen groep.
* Het weglopen van hersenen) is het fenomeen waarbij hoog opgeleide personen na hun opleiding uit een land vertrekken om elders een baan te zoeken.
* Een begrip dat gebruikt wordt om aan te geven dat er te veel mensen wonen, leven of aanwezig zijn in een land, gebied, stad, op een bepaalde plaats, en op wereldschaal, en dit problemen met zich meebrengt.