AARDRIJKSKUNDIGE BEGRIPPEN 3

Akker

Een akker, akkerland of bouwland is een landschapselement met bewerkte grond waarop cultuurgewassen zoals graan, aardappelen of suikerbieten worden verbouwd. Het woord akker is verwant aan het Latijnse "ager". Het Latijnse woord voor landbouwer is "agricola" een samenstelling van "ager(akker) en "colo" (bebouwen/bewerken).

Een akker kan begrensd worden door andere landschapselementen zoals percelen akkerland, sloten, wegen of afrasteringen. Afrasteringen kunnen bestaan uit bijvoorbeeld palen met ijzerdraad of prikkeldraad, heggen of houtwallen. In gebieden met intensieve landbouw waar de meeste overige landschapselementen zijn verwijderd, kunnen van de akkerranden een faunarand gemaakt worden om wilde planten en zo ook de insecten en vogels een betere kans te geven om te overleven.


Es


Een es (ook: eng of enk (het Gooi, Veluwe, Salland, Achterhoek, Twente), akker (Noord-Brabant), veld (Limburg) of kouter (Vlaanderen)) is een hoog gelegen akker, te vinden op de zandgronden van Noord-, Oost-, Midden- en Zuid-Nederland en Vlaanderen. Internationaal gezien komen essen voor in grote delen van Noord-, West- en Oost-Europa.

Ontstaan
Over het ontstaan van de essen in de lage landen is nog betrekkelijk weinig bekend. De Drentse essen zijn het best onderzocht. De oudste kernen van de es dateren aldaar uit het eerste millennium na de jaartelling. Het ging daarbij om een aantal kleine, vierkante of rechthoekige percelen met een lengte-breedte-verhouding van 80 tot 120 meter en een oppervlakte van 0,75 tot 1,5 hectare. Ze liggen doorgaans op enige afstand van de huidige esdorpen, omdat ze dateren uit een periode waarin de bebouwing nog regelmatig verschoof. De tweede fase betreft de zogenaamde woerden (terpen). Deze werden aangelegd toen de bewoning aan het einde van het eerste millennium fixeerde. We moeten deze percelen van ongeveer een tot twee hectare dan ook bij het huidige erf zoeken. Vermoedelijk werd het perceel voor speciale teelten gebruikt.
De volgende fasen, beginnend in de volle middeleeuwen, hebben geleid tot de klassieke es zoals we die kennen. De blok- of strookvormige percelen werden meer en meer collectief bebouwd en nabeweid, maar waren niet, zoals men wel denkt, collectief eigendom. Door de talloze omheiningen die zich op de oudere delen van de es en om het jongere deel van de es bevonden, moeten we eraan denken, dat de 'open es' een zeer tijdsgebonden beeld uit voornamelijk de laatste eeuwen is.
Afhankelijk van de streek in de lage landen en het historische moment waarop intensivering van het gebruik nodig was, deed de plaggenbemesting zijn intrede. In Noord-Brabant kan dat al in de 13e of 14e eeuw nodig zijn geweest, in Drenthe niet vóór de 17e eeuw. Het bestaan van essen is dus niet noodzakelijk altijd verbonden aan het voorkomen van plaggenbodems of potstalmest, hetgeen verklaart waarom de term esdek voor de ophogingslaag eigenlijk foutief is.
De plaggen werden aanvankelijk nog vaak in de beekdalen gestoken, doch later werd dit op veel plekken verboden. Het steken van plaggen gebeurde daardoor voornamelijk op de veel schralere heidevelden, ook de primaire gronden voor beweiding door schapen en heidekoeien.

Benaming
De "Bolle Es" van boerderij "Eskes" bij Bredevoort.
Het woord "es" heeft een vergelijkbare herkomst als het Gotische woord atisk, dat "zaailand" betekende. In Noord-Nederland en Oost-Friesland komt de Oudfriese vorm esk voor. Er zijn in Nederland nog maar een paar plaatsen die de oorspronkelijke spelling nog dragen: Roderesch, Zuideresch, Westenesch. Het bestanddeel -ink in veel Oost-Nederlandse plaats- en achternamen heeft geen relatie met het woord enk; zie onder: patroniem.
Naast de essen komen ook kleinere percelen bouwland voor. In Salland, de Achterhoek en Twente behoorden sommige bouwlandcomplexjes tot maar één boerderij. Deze individuele omheinde essen worden ook kampen (van het Latijnse woord voor veld, campus) genoemd. Hiervan afgeleid kent men het kampenlandschap (landschap met verspreid liggende erven) alsook de streeknaam de Kempen.

Eswal
Essen worden omgeven door een eswal, ook wel wildgraaf of wildwal geheten, die ervoor moest zorgen dat wild of het eigen vee het bouwland niet konden betreden. Ook moest de eswal verstuiving tegengaan, zodat de vruchtbare grond niet zou verdwijnen. De wildwal, ook wel houtwal genoemd, ontstaat door de ophoping van afgesneden hout dat werd gestapeld langszij het veld, en dat dan langzaam wordt verteerd. Eenmaal verteerd, en omdat die strook grond niet wordt bewerkt, vestigt zich daar allerhande vegetatie en nadien bomen. Ook worden walstroken doelbewust meteen met struiken beplant.


Raatakker


Een raatakker (ook: Celtic field) is een kleine, min of meer vierkante of rechthoekige aaneensluitende akker zoals die vanaf de Late Bronstijd tot in de Romeinse tijd als landbouwsysteem werd gebruikt voor de verbouw van primitieve graansoorten als emmertarwe en spelt. Akkers van dit type komen voor in Noordwest-Europa en een aantal landen daaromheen.

Benamingen
De aanduiding raatakker verwijst naar de raatstructuur van de percelen. Het is de door J. Wieringa in de jaren vijftig bedachte Nederlandse benaming voor de oudere maar foutieve naam Celtic field (Keltisch veld) die in 1923 door Engelse archeologen bedacht is. Dit Celtic fields bleek een pertinent onjuiste benaming aangezien spoedig duidelijk werd dat de akkers niets met Kelten (Eng.: Celts) te maken hebben. Toch heeft raatakker de onjuiste Engelse benaming nooit helemaal kunnen vervangen.
Johan Picardt beschouwde de raatakkers in zijn boek Annales Drenthiae (1660) als legersteden of woonplaatsen van bevolkingsgroepen in een voorchristelijk verleden. In de 18e eeuw werden de raatakkers in verband gebracht met de Romeinen, vandaar dat ze op oude kaarten wel worden aangeduid als Romeinsche legerplaats. In de 19e en 20e eeuw werd duidelijk dat het geen legerplaatsen waren geweest, waardoor archeoloog Albert van Giffen er de extra aanduiding zogenaamde aan gaf.

Gebieden
Raatakkers zijn aangetroffen in Groot-Brittannië, Ierland, België, Nederland, Duitsland, Denemarken, Zweden, Polen en in de Baltische staten.

Kenmerken
Een groot veld van minstens enkele hectaren werd deels in kleinere percelen verdeeld, die zo'n 35 bij 35 tot 50 bij 50 meter groot waren. Wanneer de akkergrond uitgeput raakte werd die opzij geschoven, waarbij aarden wallen ontstonden, en werden er van elders aangevoerde vruchtbare zoden op gelegd. Omdat zand vocht niet goed vasthoudt kon met het aanbrengen van nieuwe zoden bij raatakkers op zandgronden meteen een betere vochtregulatie op de akker ontstaan. De wallen zijn soms nog terug te vinden, zoals op het Noordsche Veld bij Norg; vaak is het wallenstelsel alleen nog aan de verkleuring van de grond te zien.
Eén of meer 'raten' van een veld konden gebruikt worden om er een behuizing te bouwen; was deze boerderij of hut versleten, dan werd er met het bruikbare materiaal een nieuwe gebouwd op een andere, uitgeputte akker, en de beschikbare grond was door decennia bewoning weer vruchtbaar geworden ('zwervende erven').

België
In de Belgische provincie Limburg zijn raatakkers aangetroffen, ongeveer 1 km ten zuiden van archeologisch park de Rieten te Wijshagen. Het is een van de grootste akkercomplexen uit de prehistorie die in de Kempen gevonden zijn.Ten oosten van Wijshagen, in het bosgebied tussen de dorpen Neerglabbeek, Opitter en Neeroeteren ligt ook een groot complex aan raatakkers. Ten noordoosten van Neeroeteren, gemeente Maaseik ligt in een gebied ten oosten van de Kinrooiersteenweg en ten zuiden van de Itterbeek een raatakker. Tevens is er een vrij groot complex te vinden ten oosten van Opoeteren, tussen Opoeteren en natuurgebied Bergerven. Daarnaast zijn in het Lindelsebos ten zuidwesten van Neerpelt en in het Kolisbos ten oosten van Neerpelt raatakkercomplexen te vinden. De raatakkers zijn goed waar te nemen met de website van EODaS.

Duitsland
Veel Duitse raatakkers zijn geconstateerd op de zandgronden in het grensgebied met Nederlands Limburg. In het Reichswald aan de Kartenspielerweg net over de grens bij Gennep ligt een raatakkercomplex en in het Reichswald tussen Nütterden en Kleef, is een akkercomplex van 33 hectare aangetroffen.Ten zuidwesten van Elmpt, over de grens bij Asenray, ligt een grote raatakker.

Nederland
In Nederland zijn duizenden hectaren raatakkers bekend. Vooral in Drenthe en in Overijssel, op de Veluwe, de Utrechtse Heuvelrug en Limburg zijn grote aantallen raatakkers gevonden, vooral op de zandgronden, evenals in de Achterhoek. De akkercomplexen zijn dankzij nieuwe technieken als laseraltimetrie en met behulp van de website ahn.nl (Actueel Hoogtebestand Nederland) duidelijk te zien. Een doorbraak in het archeologisch onderzoek naar raatakkers komt in 2014 van archeoloog Stijn Arnoldussen van de Rijksuniversiteit Groningen. Door een speciale techniek waarmee de ouderdom van zandkorrels is vast te stellen ontdekte Arnoldussen dat de wallen van het raatakkercomplex bij Wekerom-Lunteren meer dan 3100 jaar geleden werden opgeworpen en nadien honderden jaren in gebruik zijn geweest. Arnoldussen is de eerste archeoloog die de ouderdom van Nederlandse raatakker-complexen betrouwbaar heeft kunnen vaststellen. Ondanks deze belangrijke ontdekkingen is er volgens de onderzoekers nog genoeg te leren. “We weten nu de ouderdom van enkele wallen uit twee Nederlandse raatakkers, maar hoe precies de agrarische gebruikswijze was (werden er nog andere gewassen verbouwd, en waar woonden de mensen die hier akkerden?) en wat er in Celtic fields in andere delen van Nederland gebeurd, is nog steeds niet bekend”, aldus Arnoldussen. Bevolkingsgroei was in het verleden wellicht een reden om dit intensievere en efficiëntere systeem van landbouw te gaan gebruiken. Behalve de bovengenoemde cultuurgewassen zijn ook sporen aangetroffen van het verbouwen van bedekte gerst, duivenboon, pluimgierst en huttentut. Tijdens de laatste periode waarin raatakkers werden gebruikt werd ook rogge geteeld.


Verhoogde akker


Een verhoogde akker is een kunstmatige ophoping van grond op een stuk land om akkerbouw in een drasland mogelijk te maken. De verhoging dient om de akker beter af te wateren. Het aanleggen van verhoogde akkers wordt al heel lang toegepast. Ze zijn bijvoorbeeld al sinds 1000 v.Chr. rond het Titicacameer op de grens van Bolivia en Peru aangelegd, met name door de Tiwanakucultuur. Ook in Suriname en Frans-Guyana worden ze teruggevonden.

Klik op een nummer in het raster om de aanwijzing of aanwijzingen voor dat nummer te zien. Als je vastzit, kun je op "Hint" klikken om een letter te krijgen. Men verliest dan wel punten. Vul het kruiswoordraadsel volledig in en klik vervolgens op de toets "CONTROLEER", om je antwoorden te controleren.

Men kan naargelang de gebruikte browser, de oefening opnieuw maken, door met de rechtermuistoets te klikken op het scherm. Er opent zich een nieuw venster. Als er in dat venster het woord "vernieuwen" staat kan men daar op klikken.
      1          2             
 3    4                        
 5               6        7       
                         
      8                     
                  9         
   10         11     12      13          
      14                     
                  15         
                16           
17    18              19             
                         
20                         21    
                         
    22       23                  
  24                     25      
         26      27              
             28        29        
30             31                
                         
          32       33            
34                    35     36      
                         
 37                          
           38          39        

Horizontaal

1. Siergras met de naam Panicum miliaceum.
5. Ander woord voor hek, rooster, traliehek.
6. Een verzamelnaam voor de vruchten van eenzaadlobbige cultuurgewassen uit de familie van de grassen die samen wereldwijd de belangrijkste voedingsbron voor de mens vormen.
7. Een eenjarige plant metde naam Triticum spelta, uit de grassenfamilie (Poaceae) uit het geslacht Tarwe (Triticum).
8. Het grootste meer van Zuid-Amerika, met een oppervlakte van 8340 km². Het ligt in de Andes tussen Peru en Bolivia op 3812 meter boven de zeespiegel,
10. Andere naam voor eng of enk, een hoog gelegen akker, te vinden op de zandgronden van Noord-, Oost-, Midden- en Zuid-Nederland en Vlaanderen.
13. Andere naam voor boomwal, is een aarden wal begroeid met bomen en struiken, die een lijnvormig element in een landschap vormt.
14. Een aaneengesloten periode van duizend jaar.
15. Ander naam voor wildgraaf of wildvrede, is een opgeworpen aarden wal die gebruikt werd om wild van de eng of es te weren.
18. Een systeem van tijdrekening waarbij de tijd wordt ingedeeld in jaren die opvolgend geteld worden.
19. Aanduiding voor een braakliggende of met een speciaal gras- of bloemenmengsel ingezaaide strook langs een akkerland en grasland, waarmee geprobeerd wordt om ongewervelden (zoals insecten), akker- en weidevogels in intensief gebruikte landbouwgebieden een kans te geven om te overleven.
20. Een onderdeel van het landschap dat als een vrij homogeen deel van het totale beeld wordt ervaren.
23. De rand van een akker (een stuk omgewerkte grond waarop gewassen worden geteeld).
24. Een lager gelegen dal in een dekzandgebied waardoor een beek stroomt.
28. Een kleine, min of meer vierkante of rechthoekige aaneensluitende akker zoals die vanaf de Late Bronstijd tot in de Romeinse tijd als landbouwsysteem werd gebruikt voor de verbouw van primitieve graansoorten als emmertarwe en spelt.
30. Een tetraploïde tarwesoort, (Triticum dicoccummet), wilde en gecultiveerde varianten.
32. Laagland dat permanent of tijdelijk verzadigd is/wordt door opkomend water.
34. Ander woord voor beetwortel (Beta vulgaris subsp. vulgaris var. altissima) is een wortelgewas dat wordt geteeld voor de winning van suiker (sacharose).
35. Een diluviale zandstreek in het noordoosten van België en in de Nederlandse provincie Noord-Brabant, ten zuiden van de lijn Eindhoven-Tilburg.
37. Draad vervaardigd uit ongelegeerd staal met een koolstofgehalte van minder dan 0,25 %.
38. Andere naam voor brinkdorp of enkdorp, is een van de dorpsvormen aan de rand van de zandgronden in Nederland, over het algemeen ontstaan in de hoge middeleeuwen.
39. Binnen de bebouwde kom ook straat genoemd) is een smalle strook die is aangelegd over land of op een kunstmatige structuur (bijvoorbeeld een dijk of een brug), en die, meestal door middel van wegverharding, geschikt is gemaakt voor wegverkeer.

Verticaal

1. Naam van het mest dat opgepot wordt in een potstal.
2. Een kruisbevruchtende graansoort die net als de overige granen behoort tot de grassenfamilie.
3. Solanum tuberosum is een cultuurgewas, dat behoort tot de nachtschadefamilie.
4. Een dubbele, in elkaar gedraaide metalen draad voorzien van twee korte in elkaar gedraaide spiralen metaaldraad met elk twee scherpe punten, die elke ± 10 cm om de dubbele draad zijn gedraaid.
7. Een gegraven watergang die dient om overtollig water af te voeren om wateroverlast te voorkomen, en is breder dan een greppel en smaller dan een gracht.
9. Ander woord voor akker of akkerland.
11. Ander woord voor haag of houtkant, een meestal lijnvormige aanplanting van struiken en bomen met als doel het scheiden van ruimte.
12. Dieren, veelal zoogdieren en vogels, waarop gejaagd wordt.
16. Andere naam voor dederzaad, vlasdodder of vlasdotter.
17. Een plantensoort die voor menselijk gebruik wordt geteeld en uit wilde planten is veredeld.
21. Een oeroude boon, die al in 6000 v. Chr. werd gegeten.
22. Ander woord voor nachtleger, onderkomen, rustplaats, slaapstede.
25. Een ter bewoning aangelegde verhoging in het landschap.
26. Door de mens gedomesticeerde dieren die in de landbouw om economische redenen gehouden worden, doorgaans als voedselbron.
27. Ca. 3000 tot 800 voor Christus, is de periode die in het drieperiodensysteem volgde op het neolithicum.
29. Afgeleid van het Latijnse cultura en betekent bewerkt land.
31. Nederlandse naam voor hordeum vulgare, is een graansoort.
33. Een landschapselement met bewerkte grond waarop cultuurgewassen zoals graan, aardappelen of suikerbieten worden verbouwd.
36. Een afgestoken zode van een heideveld.