AARDRIJKSKUNDIGE BEGRIPPEN 10

Dit is een flitsoefening

LEES EERST DE TEKSTEN OVER ONDERSTAANDE LANDSCHAPSELEMENTEN!

Napoleonsweg.Klik hier.
Heerweg (Romeinse Rijk).Klik hier.
Hessenweg.Klik hier.
Oever. Klik hier.
Glijoever (bolle oever). Klik hier.
Stootoever (holle oever).Klik hier.
Oeverwal.Klik hier.
Rivierduin.Klik hier.
Kronkelwaard.Klik hier.
Kreekrug of getij-inversierug.Klik hier.
Kwelderwal. Klik hier.
Stroomrug. Klik hier.
Ooibos. Klik hier.
Galerijbos. Klik hier.
Broekbos.Klik hier.
Opdijk.Klik hier.
Opvaart (kanaal).Klik hier.
Oranjerie, orangerie of wintertuin.Klik hier.
Ossengang.Klik hier.
Stuw of overlaat. Klik hier.
Overweg of spoorwegovergang.Klik hier.
Paraboolduin.Klik hier.
Pestbosje of miltvuurbosje.Klik hier.
Petgaten of trekgaten.Klik hier.
Pijp (brug).Klik hier.

Flitsoefening! Klik telkens op toets "VOLGENDE". De tekst links stemt overeen met een landschapselement rechts. Als je denkt beide teksten goed te kennen, kun je deze via de toets "VERWIJDER" uit de oefening verwijderen.
MEN KAN DE OEFENING OOK OPNIEUW MAKEN, DOOR MET DE RECHTERMUISTOETS OP HET SCHERM TE KLIKKEN EN DAN IN HET GEOPENDE VENSTER TE KLIKKEN OP "VERNIEUWEN"
Een verharde weg vaak voor het eerst aangelegd tijdens het bewind van Napoleon Bonaparte (1799-1814).Napoleonsweg.
Een type weg en meerdere wegen in Nederland en Noord-Duitsland hebben deze als naam gekregen. Deze naam wordt op verschillende manieren verklaard. Traditioneel is de verklaring dat de naam naar kooplieden verwijst die afkomstig waren uit het Landgraafschap Hessen-Kassel of omgeving.Hessenweg.
Een verharde langeafstandsweg in het Romeinse Rijk.Heerweg, heirbaan of heerstraat.
De rand van een kanaal, rivier of meer.Oever.
De oever die zich bevindt in de binnenbocht van een beek of rivier waar de stroming het geringst is.Glij-oever of bolle oever.
De benaming voor de oever van een rivier of beek waar de stroming van het water vlak bij loopt.Stootoever of holle oever.
Een natuurlijke landschapsvorm die ontstaat langs meanderende rivieren.Oeverwal.
Ontstaat door zandafzetting door een rivier. Dit zand gaat, wanneer het droog is en het waait, stuiven. Dit opgewaaide zand vormt een heuvel met een eigen biotoop.Rivierduin.
Een gebied dat zich bevindt binnen een (vroegere) meander van een rivier en dat een reliëfrijk landschap van stroomruggen en dalen te zien geeft.Kronkelwaard.
Een hoger gelegen zone in een voormalig wadgebied.Kreekrug.
De oever van een rivier of beek die over de kwelder loopt.Kwelderwal.
Een in het landschap zichtbare voormalige rivierloop met oeverwallen, gekenmerkt door de verhoogde ligging.Stroomrug.
Een op natuurlijke wijze ontstaan bos langs rivieren.Ooibos.
Een bos dat een strook vormt langs rivieren of wetlands en voorkomt in landschappen die doorgaans weinig bosrijk zijn, zoals bijvoorbeeld savannes.Galerijbos.
Een permanent nat en af en toe plaatselijk overstroomd bos.Broekbos.
Een dijk die min of meer haaks op een zeewaterwerende dijk staat en tegelijk een verbinding vormt met de slaperdijk.Opdijk.
Een kanaal dat min of meer haaks op een ander kanaal staat.Opvaart.
Een gebouw waar men 's winters de kuipplanten bewaart, die 's zomers buiten staan.Oranjerie, orangerie of wintertuin.
De weg die om een wierde, aan de voet hiervan is gelegen.Ossengang.
Een waterbouwkundig kunstwerk dat als doel heeft de waterspiegel in een loop, beek of rivier te beïnvloeden.Stuw of overlaat.
Een gelijkvloerse kruising van een spoorlijn met een weg.Overweg of spoorwegovergang.
Een zandrug of duin in een halvemaanvorm. Dit duintype bestaat net als sikkelduinen uit twee hoorns.Paraboolduin.
Een klein met bomen begroeid en vaak met een ringsloot omzoomd stuk land, meestal gelegen aan de rand van een weide.Pestbosje of miltvuurbosje (ook krengenbosje, rustbosje, veepestbosje of koebosje).
Komen voor in het veenlandschap, ze hebben daar vaak grote veenplassen gevormd. Deze plassen worden, voor zover niet drooggelegd, dikwijls beheerd als recreatie- of natuurgebied.Petgaten of trekgaten.
Een halfronde, meestal gemetselde, lage brug.Pijp (brug).